Een heel andere God

II. DE ONTDEKKING VAN DE BIJBEL

Studie

Karl Barth werd in Bern geboren op 10 mei 1886. Zijn vader Fritz Barth, was hoogleraar Nieuwe Testament en kerkgeschiedenis aan de universiteit van Bern. Ook zijn moeder, Anna Sartorius, kwam uit een intellectueel milieu.

Barth kon goed leren, maar was zeker niet wat je noemt een knappe kop. Na het gymnasium ging hij theologie studeren.Hij zelf wilde dat graag meteen aan de universiteit doen, waar de liberale theologie het voor het zeggen had, die van Marburg of Berlijn. Maar zijn vader, die als rechtzinnig theoloog weinig met de liberale theologie ophad, was daartegen. Het resultaat was een compromis. Barth zou eerst een jaar in Bern studeren en dan zijn eigen keuze mogen maken. Zo ging hij als tweedejaars student naar Berlijn. Daar doceerde de grote Adolf von Harnack. Hij is waarschijnlijk de laatste theoloog die als wetenschapper en cultuurdrager een algemeen aanzien geniet. Zijn boek Wesen des Christentums, in 1900 als colleges voor de hele universiteit gehouden, wordt een echte bestseller. Gedurende de Eerste Wereldoorlog krijgen de Duitse soldaten het mee naar het front. Volgens Harnack bestaat dat wezen in het geloof in het Rijk van God, in God de Vader en de eeuwige waarde van de mensenziel, en de liefde tot de naaste. Maar als in1914 de oorlog uitbreekt schrijft Harnack: Iedere Duitser is Duitsland, Duitsland is iedere Duitser… doorstroomt ons niet vanaf de dag dat de oorlog begon een gevoel van vrijheid?… daar bloeit en gloeit het leven. Tussen Barth en Harnack is het nooit meer echt goed gekomen.

Na Berlijn studeerde Barth verder in Marburg, o.a. bij Wilhelm Herrmann (18461922), één van de coryfeeën van de liberale theologie. Herrmanns theologie was er echter niet op gericht de moderne mens de rationaliteit van het christelijk geloof te bewijzen. Het ging hem erom de moderne mens de eigen aard van het geloof ten opzichte van de ratioduidelijk te maken. Geloof is een existentieel geraakt worden door de figuur Jezus. Niet de leer van Jezus overtuigt, maar zijn leven doet dat. Op dit punt is Barth een leerling van Herrmann gebleven, ook als hij allang van de liberale theologie afstand heeft genomen.

Aan het eind van zijn studietijd was Bart een jaar lang redactiesecretaris van het gezaghebbende tijdschrift Die christliche Welt, waarin hij ook artikelen publiceerde. Het feit dát hij voor zo’n functie werd gevraagd, toont ook dat hij als weten schappelijk theoloog werd gewaardeerd. Maar promoveren zou hij nooit. En de doctoraten die hem later worden verleend zouden allemaal eredoctoraten zijn!

Een rooie dominee

Na het afsluiten van zijn studie koos Barth voor het domineeschap. Hij werd hulppredikant in Genève. Daar ont moette hij Nelly Hoffmann, met wie hij in 1913 trouwde. Hij was toen als dominee van Safenwil, een kleine industriestad. Hij was een ‘rooie dominee’, hij sprak vaak voor arbeiders. Lid van de sociaaldemocratische partij was hij overigens niet. Dat wordt hij pas in 1915 als hij van het religieus socialisme afscheid genomen heeft en het socialisme voor hem een later seculiere aangelegenheid is geworden. In 1912 ontstond er een fel conflict tussen hem en de plaatselijke fabrikant, Huessy, omdat Barth zich (in het al genoemde Jezus en de sociale beweging) had uitgesproken tegen het privéeigendom van de productiemiddelen.

Een nieuw begin

Tijdens zijn predikantschap in Safenwil wraakte Barth bevriend met Eduard Thurneysen, die dominee was in het nabijgelegen Leutwil. Het werd een vriendschap voor het leven. Zij lazen elkaars teksten, bespraken ze, braken zich gezamenlijk het hoofd over de situatie in de wereld, de kerk en de theologie. Thurneysen zou de weg van Barth in de theologie gaan delen. Zonder zijn kritiek en bemoediging is Barths theologie dan ook ondenkbaar.

Het is ook met Thurneysen dat Barth overlegt hoe na ‘1914’ verder te gaan – als het nog verder gaat. Al zoekend ontdekken zij de Bijbel:


Feitelijk drong zich ons dan … iets op dat veel
meer voor de hand lag: namelijk te proberen het
theologisch ABC opnieuw te leren door nog eens,
maar opmerkzamer dan tevoren, te beginnen met
de lezing en de uitleg van de geschriften van het
Oude en het Nieuwe Testament. En zie daar: zij
begonnen tot ons te spreken!

(Nachw., 294)

In 1916 begint Barth aan een commentaar op Paulus’ brief aan de Romeinen. In 1919 verschijnt bij een kleine Zwitserse uitgeverij de Römerbrief.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12