Wat is evangelische theologie

Voorwoord

De Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968) heeft altijd veel verzet opgeroepen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zwitserland neutraal, maar Barth was zo radicaal in zijn strijd tegen het nationaal-socialisme en pleitte zo energiek voor hulp aan vervolgde Joden, dat sommige van zijn publicaties verboden en zijn brieven door de censuur geopend werden. Na de oorlog verwachtten velen dat hij zich net zo fel tegen het communisme zou keren als tegen het nationaal-socialisme, maar dat deed hij niet: het communisme was openlijk atheïstisch en probeerde niet het evangelie te corrumperen (wat het nationaal-socialisme wel gedaan had) en bovendien vond Barth dat het Westen beter zelf een sociaal-democratische samenleving op kon bouwen dan tegen het communisme tekeergaan. In de kerk fronsten velen de wenkbrauwen toen bleek dat Barth in de loop van zijn lange theologische leven hoe langer hoe meer bezwaren kreeg tegen de doop van pasgeboren kinderen.

Het is dan ook niet te verwonderen dat er tumult ontstond toen Barth in 1961 zijn professoraat neerlegde en de vraag opkwam wie hem op moest volgen. De strijdende partijen konden het niet tijdig met elkaar eens worden en zo werd Barth gevraagd om, zoals hij zelf zei: ‘als zijn eigen opvolger’ in de winter van 1961-1962 nog een reeks colleges te geven. Hij greep de gelegenheid aan om met de eenvoud die hij zich in de loop der jaren eigen had gemaakt nog eens onder woorden te brengen waar hij vijf jaar als student, twaalf jaar als predikant en veertig jaar als hoogleraar heen had gewild. Zijn zwanenzang dus.

De tekst van deze colleges is in 1962 onder de titel Einführung in die evangelische Theologie in Zürich verschenen. In dit boek vertel ik over deze colleges. Ik geef veel citaten en ik plaats daar telkens samenvattingen van wat Barth te zeggen had tussen. Voor alle zekerheid: de tussen aanhalingstekens geplaatste gedeelten zijn van Barth zelf, wat niet tussen aanhalingstekens staat, komt voor mijn rekening.

Ik dank mijn vriend dr. G.G. de Kruijf, die bereid was het ontwerp voor dit boek kritisch te bekijken en die een hele reeks voorstellen tot verbetering heeft gedaan. Ik heb daarvan dankbaar gebruikgemaakt en – zo bleek me dat het met ‘de eenzaamheid van de theoloog’, waarover Barth in zijn tiende college spreekt ook wel weer eens meevalt.

A.A. Spijkerboer

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7