Basel I

Zijn inzet voor Duitsland

    • op 7 oktober 1935 – drie maanden na zijn vertrek uit Bonn – zou hij in Barmen een voordracht over “Evangelie en Wet” houden, maar toen hij daar was verbood de staatspolitie hem het spreken: intussen was de tot de nok gevulde kerk propvol en las een Duitse collega na een stormachtige begroeting ter ere van Barth zijn tekst voor (de door de massale opkomst geschrokken staatspolitie begeleidde hem in de nachttrein tot de Zwitserse grens!)

    • deze voordracht werd als zijn afscheidswoord aan de christenen in Duitsland beschouwd en leverde decennia lang stof voor de theologische discussie: een radicale uiteenzetting tegen de door de Duitse Christenen aanvaarde leer van de nationaal-socialistische “volkswet”

    • Barth keerde in zijn voordracht de traditionele volgorde van “Wet en Evangelie” om: “het is onjuist om Gods wet te willen afleiden uit een of ander gebeuren dat verschilt van het gebeuren (in Jezus Christus  waarin Gods wil ( …) formeel en wat de inhoud betreft als genade voor ons zichtbaar wordt: die genade is gericht op ons handelen, op een overeenstemming van ons handelen met dat van God: in zoverre volgt de Wet het Evangelie, dus “Evangelie en Wet”!

    • Barth zou daarna tien jaar lang niet meer in Duitsland terugkeren

    • voor zover het nog kon, had hij een toeloop van veelbelovende Duitse studenten – o.a.- Gollwitzer – , maar in begin 1939 kwam daaraan een eind, toen het officiële besluit in Berlijn viel dat de semesters die men bij Barth in Bazel had gestudeerd, niet meer in hun opleiding meetelden

    • maar Barth bleef zich inzetten voor allerlei activiteiten om slachtoffers van het Nazi-regime te helpen: voorzitter van het Bazels comité voor gevluchte Duitse geleerden, studiebeurzen voor Duitse studenten, nieuwe arbeidsplaatsen voor emigranten, huisvesting voor niet-ariërs en opneming van joden in Frankrijk en Engeland

    • maar speciale belangstelling toonde hij voor de situaties in de Duitse Bekennende Kirche: veel brieven met vertroostingen, waarschuwingen en raadgevingen voor de leiding, vrienden en leerlingen

    • in december 1935 leverde hij in de “Basler Nachrichten” zo’n scherpe kritiek dat de Duitse ambassadeur in Bern diplomatieke stappen ondernam

    • in april 1936 had hij in Driebergen een ontmoeting van drie dagen met de docenten van de Kerkelijke  Hogeschool van Wuppertal en Berlijn

    • hij verweet echter meer en meer de Belijdende Kerk dat zij “het eigenlijke gevaar van de vijand niet heeft onderkend en dat zij aan die vijand het woord van God dat de menselijke leugen en ongerechtigheid veroordeelt, niet ondubbelzinnig en krachtig voorgehouden heeft, zoals het haar als Kerk van Jezus Christus “toekwam”

    • Barth spitste dat nog toe – voor onze eigen tijd minstens zo belangrijk – : “de Bekennende Kirche heeft niet begrepen en gedeeltelijk niet willen begrijpen dat de belijdenis van het eerste gebod tegenover het nationaal-socialisme niet alleen een “godsdienstige” en niet alleen een kerkelijk-politieke, maar in feite ook een politieke beslissing betekent: de beslissing tegen de staat die als totalitaire staat een andere staat, verkondiging of ordening dan de zijne, een andere God dan zichzelf niet kan erkennen

    • Barth verweet de Bekennende Kirche tenslotte ook, dat zij bijv. over het optreden tegen de joden, over de verbazingwekkende behandeling van politieke tegenstanders, over de verduistering van de waarheid in de pers en over vele andere kwesties waarover de oudtestamentische profeten gesproken zouden hebben, gezwegen heeft”

    • Barth besloot alles er aan te doen om de Zwitserse christenen voor deze Duitse kerkstrijd te interesseren: talloze artikelen,  groot aantal voordrachten door Zwitserland, maar hij ondervond weinig instemming en zelfs verzet

    • ook in lezingen (1937 en 1938) in Londen en Scholtand antwoordde hij op de vragen wat men voor de Bekennende Kirche moest doen: “geen sympathiebetuigingen of protesten, maar: plechtige instemming met these I van de Barmer Thesen!”

    • in juli 1938 ontmoette hij in Utrecht weer de leiding van de Bekennende Kirche over vragen van Evangelie en Wet en Kerk en Staat: in voordrachten in Brugge en Liestal had hij de week tevoren zijn visie vastgelegd onder de titel “Rechtvaardiging en Recht” (de titel van een nieuwe reeks in plaats van de door de Duitse overheid verboden reeks van “Theologische Existenz heute”):

    • met de goddelijke rechtvaardiging wordt ook het menselijk recht tot voorwerp van het christelijk geloof en de christelijke verantwoordelijkheid en daarmee deel van de Christelijke belijdenis

    • langs exegetische weg kwam hij in het probleem van Kerk en Staat tot een andere opvatting dan de lutherse leer “van de twee rijken”, die hij als dwaling en als kiem van een noodlottige passiviteit van de kerk bestreed

    • als het Nieuwe Testament over de staat spreekt, zijn we principieel op christologisch gebied en waarderen we de staat positief

    • van daaruit stelde hij dat de democratie (d.w.z.: de gemeenschap die gebaseerd is op de verantwoordelijke deelneming van alle burgers) de staatsvorm is die het meest met het Evangelie in overeenstemming is

    • zonder dat hij zich aan verwisseling van kerk en staat schuldig maakte, leidde hij uit het voorgaande de politieke taak van de kerk af: niet in de zin van een passieve onderdanigheid aan de staat, maar in de zin van actieve verantwoordelijke deelneming aan de staat

    • de beslissende dienst van de kerk aan de staat is de verkondiging: doordat ze de goddelijke rechtvaardiging verkondigt worden ook het best de vaststelling en handhaving van het menselijke recht gediend

  • Barth concretiseerde deze integratie van het politieke in het kerkelijk verzet (dat door de leiding van de Bekennende Kirche werd afgewezen!) in twee actuele gebeurtenissen:

      1. in een “consilium” in de zomer van 1938 heeft hij de eis van de staat om de eed op Hitler af te leggen afgewezen

      2. op 19 september 1938 – 11 dagen voordat Engeland en Frankrijk in het verdrag van München sanctioneerden dat Hitler de helft van Tsjecho-Slowakije had ingelijfd – schreef hij aan Hromadka – hoogleraar dogmatiek en vriend in Praag “dat nu iedere Tsjechische soldaat niet alleen voor de vrijheid van Europa, maar ook voor de christelijke kerk zal staan en vallen” (“In die brief aan Hromadka heb ik – en dat omwille van het geloof – tot gewapend verzet tegen de zojuist plaatsvindende gewapende bedreiging en agressie opgeroepen: niet tot de wereldoorlog, maar wel tot verzet”)

  • in oktober 1938 werd de verkoop van alle geschriften van Barth in Duitsland verboden

  • eind oktober 1938 antwoordde hij op alle kritiek die hij in Duitsland en Zwitserland kreeg: “als de politieke orde en vrijheid bedreigd is, treft deze bedreiging indirect ook de kerk. En als de echte staat de verdediging daarvan op zich neemt, is ook de kerk indirect bij deze verdediging betrokken: ze zou haar verkondiging niet au serieux nemen als ze hier onverschillig zou blijven”

  • op 5 december 1938 gaf Barth in Wipkingen (Zürich) een samenvatting van zijn in 1938 ontwikkelde visie over Kerk en Staat en concretiseerde dat drie weken na de Kristalnacht: “Wie een principiële vijand van de joden is, geeft zich te kennen als een principiële vijand van Jezus Christus. Antisemitisme is een zonde tegen de Heilige Geest” (hij herhaalde deze lezing in 1939 in vele plaatsen van Zwitserland)

  • in de loop van 1939 heeft hij regelmatig in gesprekken met Duitse vrienden, maar ook met Visser ‘t Hooft, de secretaris-generaal van de zich consoliderende oecumenische beweging, de boodschap aan de orde gesteld “dat de dreigende oorlog zich volgens de christenen van alle landen niet tegen het Duitse volk, maar tegen diens zeer gevaarlijk geworden overweldigers richt en of het niet hun taak is tot verhindering van deze oorlog al het mogelijke te doen, zoals bijv. dienstweigering, sabotage e.d.”

  • maar zelfs in zijn eigen geestverwantenkring op de “Bergli” bleef hij die zomer met zijn eis alleen staan!

Pagina's: 1 2 3 4