Isaiah Berlin, a life

logo-idW-oud

ISAIAH BERLIN: A Life

Door Michael Ignatieff. Chatto and Windus London. I.

Tijdens het 16e semester van het theologisch seminarium (1957) adviseerde de toenmalige rector (Dr. H. Berkhof) ons, de deelnemers, om biografieën van interessante mensen te lezen. Ik geef een voorbeeld van een dergelijke leeservaring.

Deze biografie trof mij allereerst door de afbeelding op de cover. Het gezicht van Isaiah Berlin (I.B.)leek een toonbeeld van bezonken rabbijnse wijsheid. De ironie daarvan is nu, zoals zijn biograaf opmerkt dat hij wat betreft overtuiging en temperament zo onrabbijns is als maar mogelijk voor een oude russische jood.

Zijn leven (1909 – 1997) beslaat het grootste deel van de vorige eeuw. Zijn geboorte in Riga was een zgn. “onmogelijke.” Zijn moeder had twee jaar tevoren na een miskraam te horen gekregen dat ze nooit meer kinderen zou kunnen krijgen. Tijdens de zware bevalling werd Isaiah door de Duitse dokter met een tang aan zijn linkerarm te voorschijn gehaald. De arm bleef verlamd. Voor zijn ouders was hij de vervulling van hun liefste wens. Zijn vader, Mendel was een welvarende koopman uit een familie van rabbi’s en leraren. Geen groot liefhebber van de talmud en de psalmen maar wel van zijn vrouw, zijn veelbelovende zoon en de operettes van Lehar. Veel later, in 1946, in zijn memoires, kwamen alle diepe gevoelens uit zijn jeugd weer terug. Het relaas van hun leven in Riga geeft een beeld over het leven van joden, Russen en Duitsers aldaar. Na het uitbreken van de eerste wereldoorlog begon een zeer moeilijke periode voor de joden, tussen Russen en Duitsers. Vader Mendel bracht in 1916 zijn vrouw en zoon naar Petrograd, waar Isaiah tot 1921 niet naar school ging. Hij ontwikkelde zichzelf met alles wat hij te lezen kon krijgen. Wèl had hij Hebreeuwse les, bestudeerde de talmud maar was intussen meer geïnteresseerd in Jules Verne, “Oorlog en Vrede” en “De drie musketiers”.

Zijn moeder was een vurige zioniste en ook Isaiah is dat zijn hele leven geweest. Enkele familieleden bouwden een nieuw leven op in Palestina.

In 1921 vluchtte Mendel met vrouw en zoon naar Engeland. Hoewel Isaiah’s engels minimaal was paste hij zich wonder snel aan dank zij zijn originaliteit en intelligentie. Een klasgenoot herinnert zich hoe hij zich verbaasde over I’s manier van praten: “It was like playing an instrument not in pursuit of truth or beauty or of anything except sheer pleasure – like a fountain”. Hoewel zijn ouders de joodse rituelen in acht namen was hij zelf al vroeg heel sceptisch tgo het joodse geloof, Later schrijft hij daarover:” I cannot even claim to be an atheist or an agnostic -–I am somewhat like a tone – deaf person in relation to music…”Toch hield hij met zijn ouders de belangrijkste joodse feesten in ere. Ze hadden voor hem niets te maken met geloof maar wel met jood-zijn.

Al vroeg kwam hij in aanraking met de filosofie. Sociaal was hij in die tijd enigszins beperkt. Hij was ervan overtuigd dat hij nooit zou trouwen.Uiterlijk bezat hij weinig charme, meende hij. Hij was vrij dik en al vroeg kalend en dan was er die lamme arm.

Op zijn 18e kreeg hij een prijs voor een essay over vrijheid. Daarin prijst hij de conventie als een vrijgeleide tot innerlijke vrijheid. Eigenlijk leefde hij altijd in conventionele door regels omgeven instellingen. Met name in Oxford (zijn levenslange thuisbasis) waar hij in 1931 een don werd in New College. Het lag hem niet. Wel maakte hij nu naam als centrum van gesprekken over concerten, toneel, gedichten (en veel roddels). Hij was geweldig dol op muziek en maakte veel reizen, o.a. naar de concerten in Salzburg.

In 1932 werd hij gekozen als Fellow in All Souls. De eerste jood, die in All Souls en de derde jood, die überhaupt in een Oxford college als Fellow werd gekozen. Onmiddellijk daarna werd hij voor een week-end bij Baron Rothschild in zijn buitenhuis in Weddesdon uitgenodigd. Na een paar maanden van ziekte begonnen in All Souls de acht gelukkigste jaren van zijn leven. Er werden in zijn kamers vele gesprekken gevoerd (hij praatte heel veel zelf) en hij was ook bijzonder gefascineerd door de levens van anderen. Hij hield meer en meer van de High Society maar hij liet zich nooit door zijn omgeving bepalen, ook niet door Oxford. Onder zijn vele vrienden waren de schrijfster Elisabeth Bowen, Virginia en Leonard Woolf, C.S. Lewis en Gertrude Stein. Hij gaf gevolg aan een verzoek om een boek over Karl Marx te schrijven al was hij beslist geen volgeling. Hij was er 5 jaar mee bezig. Intussen las hij enorm veel, vooral ook russische literatuur. Turgenev bleef voor hem levenslang als een spiegel. Het was de tijd, dat Hitler opkwam in Duitsland. Zijn eigen politiek engagement had altijd iets van ironie, van afzijdigheid. Wel voerde hij veel gesprekken met Duitsers, zoals met von Trott, zonder dat hij er zeker van was waar ze stonden.(Het deed mij denken aan de ontmoetingen uit “The remains of the day”).In von Trott heeft hij zich overigens vergist. Later, na het mislukte complot van von Stauffenberg , is von Trott gemarteld en geëxecuteerd.

In 1934 ging I.B. voor het eerst naar Palestina maar hij bleef de ontwikkelingen daar zien door Engelse ogen. Op die afstandelijke manier was hij zionist.

Kort voor de tweede wereldoorlog werd hij als persofficier voor de Britse ambassade naar Moskou gestuurd tot zijn vreugde. De reis ging via Amerika maar de plannen van Harold Nicolson (minister van information) veranderden. I.B. keerde terug naar Engeland om vervolgens naar New York te worden uitgezonden voor de Britse persdienst. Wekelijks stuurde hij een rapport naar Londen. Een medewerkster herinnert zich hem als een “slightly mad professor- pockets overflowing with sweets, handkerchiefs, press cuttings, lapels dusted with cigarette ash- but he was far from ineffectual”..

Zijn leven werd totaal anders. Zijn wekelijks overzicht van wat er leefde in de V.S. gaf hem toegang tot iedereen, die “er toe deed”. Hij bewonderde Chaim Weizmann en David Ben Goerion en was nauw betrokken bij hun discussie over mogelijkheden en problemen m.b.t. een toekomstige staat Israël. Dit was een van de vele teleurstellingen van Ch. Weizmann. (In 1939 schreef Harold Nicolson aan zijn vrouw, Vita Sackville – West, “I went to dine with Amery to meet Weizmann. He is more like Lenin than ever, but a Lenin who has been betrayed by those in whom he trusted. I fear our Palestine settlement is a terrible act of treachery…….We are just handing the jews over to the Arabs and giving up our mandate. That is what it amounts to. He was calm, dignified and wretched. Even thus must Job have l;ooked when he cursed the day he was born. We sat round feeling so helpless and ashamed” 1

Na 1942 zond hij zijn wekelijkse verslagen vanuit de Britse ambassade in Washington.(“British ears in the whispering gallery of Washington”). Behalve Churchill, Roosevelt en vele anderen ontmoette hij b.v. ook Greta Garbo (“you have beautiful eyes” zei ze).

In September 1945 ging hij tenslotte vanuit Oxford naar Moskou met kleine Zwitserse sigaartjes en laarzen voor Boris Pasternak (een cadeau van diens zuster in Oxford). De volle waarheid van de Holocaust was inmiddels tot hem doorgedrongen. Zijn grootouders van weerszijde waren in Riga vermoord. In Moskou was de culturele elite uitgeroeid. Er heerste grote angst. Boris Pasternak was (nog) vrij. Weliswaar was hij ingezet voor propaganda tegen de Duitsers en gedwongen tot vernedering en verraad op een manier, die hem zijn hele leven bleef kwellen. In Leningrad bezocht I.B. de dichteres Anna Akhmatova, die niets had mogen publiceren sinds 1925 maar die ook als enigszins bruikbaar voor het regiem werd gezien. Ze ontving hem in een shabby appartement als een tragische koningin. Hij kende haar alleen uit verhalen als het brillante en charmante lid van de prerevolutionaire poëtische kring (Acmeists), de meest schitterende ster van de vooroorlogse avant-garde in St. Petersburg. (n.b. in januari 2004 verschijnt over Anna Ahkmatova een deel (249) in de serie Privé domein onder de titel ”de echte 20e eeuw”).Van dit bezoek aan Leningrad behield I.B. maar één zeer emotionele herinnering: Anna Ahkmatova. Na zijn terugkeer in Engeland schreef hij in plaats van een memorandum over de buitenlandse politiek van de Soviet Unie een paper over literatuur en kunst in de S.U. in de eerste helft van de 20e eeuw. Zijn bezoek aan Anna Akhmatova beschreef hij als ”the most thrilling thing that has ever, I think, happened to me”. Overigens moest Anna A. boeten voor dit contact. De KGB arresteerde haar zoon en beperkte haar mogelijkheden nog meer. Niet alleen zij werd “gestraft”, maar ook zijn oom, Leo Berlin, die hij had bezocht. Leo B. werd gevangen gezet en gemarteld en stierf kort na zijn vrijlating. I.B.’s bezoek aan Rusland gaf hem blijvend gevoelens van schuld.

——————

1 citaat uit “diaries and letters 1930 – 1960 van Harold Nicolson.

Wordt vervolgd I.C. Visser – Schroot