40 jaar bezetting, een tragische herdenking voor Israël en Palestina

logo-idW-oud

 

40 JAAR BEZETTING, EEN TRAGISCHE HERDENKING VOOR ISRAËL EN PALESTINA

Deze maand is het 40 jaar geleden dat de zesdaagse oorlog werd gevoerd, die als belangrijkste blijvende resultaat had de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden. Voor zowel Israël als Palestina een tragisch moment. Immers, de zo noodzakelijke vrede voor beide landen en volkeren is geen stap dichterbij gekomen. De voortdurende bezetting en de zeer frequent oplaaiende gewapende conflicten hebben diepe wonden geslagen, waarvan genezing, zelfs onder vreedzame omstandigheden, menselijkerwijs bijna onmogelijk lijkt. De geweldsspiraal draait op volle toeren, en zoeken naar gerechtigheid voor alle partijen gaat verborgen onder dikke lagen ideologische en theologische standpunten.

De PKN

De Protestantse Kerk Nederland beweegt zich intussen al vele jaren in haar eigen interne discussie, waarbij het theologisch, maar intussen meer ideologisch gaat over de betekenis van ‘onlosmakelijke verbondenheid met Israël’. Door steeds bezig te zijn met deze intern-Nederlands-protestantse discussie ontneemt de PKN zichzelf de mogelijkheid om zinvol bij te dragen aan zoeken naar gerechtigheid voor alle betrokkenen. De Palestijnse christenen zijn grotendeels achter de horizon verdwenen, of onder de forse standpunten van en over Hamas ondergesneeuwd.

De vele vredezoekende stemmen aan Israëlische en Palestijnse zijde klinken in onze kerk nauwelijks door, omdat we gekozen hebben langs theologisch-ideologische lijn voor ‘onopgeefbare verbondenheid met Israël’ en in het verlengde daarvan niet verder komen dan een diaconale lijn met de Palestijnse zusterkerken en medechristenen en bijna in één adem de Palestijnen in het algemeen.

Steeds wanneer iemand opkomt voor recht voor Palestijnen moet hij eerst een ‘proeve van betrouwbaarheid’ afleggen: erkent hij wel ten volle het bestaansrecht van Israël? Hoe verhoudt hij zich tot het betreffende artikel in de kerkorde?

Het is historisch geheel begrijpelijk waarom in de jaren 50 een sterke formulering is gekozen voor de verbondenheid van de kerk met Israël. Onze eigen geschiedenis gaf daar alle reden voor. Maar ook zou een iets kritischer beschouwing van de geschiedenis van verhouding tussen kerk en staat er al zeer snel toe geleid hebben dat geen enkele kerk zich zonder enige vorm van terughoudendheid kan verbinden aan welke staat dan ook. En daarmee op voorhand impliciet alle politieke en militaire daden van zo’n staat aanvaarden of, sterker nog, in veel gevallen rechtvaardigen.

Waar er alle reden is dat kerken en christenen het doen en laten van overheden op kritische wijze beschouwen, geldt dat voor sommigen kennelijk niet meer voor het doen en laten van de staat Israël, omdat elke kritiek door dezen wordt uitgelegd als zagen aan de poten van het bestaansrecht van die staat. Ik hoor dergelijke kritiek ten aanzien van geen enkele andere staat. Noch ten aanzien van Nederland, noch ten aanzien van andere regeringen en regiems, ook van diegenen waarover we ons zeer kritisch plegen uit te laten. Een ‘status aparte’ voor Israël. En daarmee zichzelf de mogelijkheid ontnemend voor betrokkenheid bij een opbouwende dialoog en vredesinitiatieven, gebaseerd op gerechtigheid. Deze houding van enkelen, die echter in de PKN zeer spraakmakend zijn, maakt dat de PKN (en ook de Raad van Kerken) een spastische relatie heeft met initiatieven zoals die van de Wereldraad van Kerken in deze. Of ook met een organisatie als United Civilians for Peace (UCP), hoewel daar vele PKN leden actief in participeren.

Aan de ideologie voorbij

Nu de bezetting 40 jaar duurt, en bezetters en bezetten vele aspecten van een barre tocht door de woestijn aan den lijve hebben ervaren, wordt het hoog tijd voor een bezinning, die het theologisch-ideologische niveau overstijgt. Israël heeft van de bezetting fysiek, moreel en qua geestelijke gezondheid van tienduizenden vrouwen en mannen zeer grote schade ondervonden. Palestijnen hebben op zeer grote schaal en zeer langdurig ervaren wat het is te leven onder een zeer vernederende bezettershand. Bij beide volken zijn grote aantallen diep getraumatiseerde mensen, waarvan de trauma’s waarschijnlijk generaties doorwerken. En dat gevoegd bij de trauma’s die beide al in eerdere fasen van de geschiedenis hadden opgelopen. In de vluchtelingenkampen leven nu jonge mensen van de vijfde generatie vluchteling. Dat is dermate mensonterend, dat verbazing over de extreme radicalisering die zich in de kampen soms voordoet getuigt van grote wereldvreemdheid.

Het wordt hoog tijd dat kerken en christenen overgaan naar een dubbele loyaliteit: natuurlijk moet Israël gesteund worden in zijn pogingen als land vreedzaam temidden van andere landen te bestaan. Daarvoor is onder meer ook nodig dat Israël het eigen zelfonderzoek hoe het met de Palestijnen/Arabieren is omgegaan van vóór de vestiging van de staat tot heden niet uit de weg gaat.

En de Palestijnen moeten geholpen worden met echte perspectieven voor een eigen, sociaal en economisch levensvatbaar land, waarbij niet op voorhand de keuzes van dit volk, ook voor een wat radicalere regering, worden geschoffeerd. Zoals Europa en de VS er geen probleem mee hadden en hebben als haviken in Israël de dienst uitmaken, zo kunnen de VS en Europa er ook geen bezwaar tegen hebben als er een Palestijnse regering met radicalere standpunten komt. In beide gevallen hebben ze er, als het goed is, bezwaar tegen als de een zijn wil met geweld aan de ander oplegt.

En de internationale gemeenschap kan het oplossen van de problematiek van zo’n twee miljoen vluchtelingen, sinds 1948, niet eenvoudig op de borden van Israël, Libanon of de Palestijnen leggen.

Toekomstgericht

Het gaat er niet om anderen nauwkeurig de maat te nemen, wie in het verleden het meeste leed heeft berokkend of ondergaan. Dat velen boter op hun hoofd hebben is duidelijk. Dat Europa in deze, en zeker ook de christenen, van die boter een flinke partij heeft moge duidelijk zijn. Maar het zou bepaald van weinig smaak getuigen die boter nu geheel op het hoofd van Palestijnen en Arabieren te kieperen.

Het gaat er wel om mee te denken en handelen in perspectieven voor een blijvende vrede in Israël en Palestina. En zodra de blijvende vrede van de een ten koste gaat van blijvende vrede voor de ander is de kiem voor nieuw geweld weer gelegd. Uiteraard moeten we passen voor naïeve goedgelovigheid. Maar dat mag ons er niet van weerhouden nieuwe wegen van gerechtigheid te zoeken, samen met vredesstichters aan beide zijden van de muur. En wellicht ook hierover een dialoog te zoeken tussen christenen en moslims in Nederland.

Alleen op deze wijze kunnen Nederlandse christenen en hun politieke en andere vertegenwoordigers betekenis hebben in het zoeken naar oplossingen voor een einde aan 40 jaar bezetting. Het is te hopen dat de nieuwe nota, waaraan de PKN op het ogenblik werkt, afscheid neemt van versluierend, misleidend, binnenkerkelijk spreken en de deuren naar de echte wereld wijd openzet.

Jan van der Kolk
(11 juni 2007)