Commentaar (Verlegenheid)

logo-idW-oud

 

COMMENTAAR (Verlegenheid)

Dit gaat een vreemd commentaar worden. Voor het eerst sinds ik aan deze rubriek begon, weet ik niet goed waar ik over schrijven moet. Zijn er dan geen onderwerpen waar iets over te zeggen valt? Zeker, die zijn er. Twee zaken beheersen in deze dagen het Nederlandse nieuws. In Den Haag vergaderen de politieke kopstukken over de Nederlandse aanpak van de crisis. In Amsterdam zijn tientallen juristen bij elkaar in verschillende rollen bij wat het grootste proces sinds jaren genoemd wordt: het liquidatieproces.

Over de crisisaanpak zou ik wel willen schrijven, maar kan ik niet. Over het liquidatieproces kan ik schrijven, maar wil ik niet. Uit het crisisoverleg lekt op dit moment maar weinig naar buiten. Over het liquidatieproces worden pagina´s vol geschreven. Niet alleen de Telegraaf maar ook de serieuzere (TV) media besteden er uitgebreid aandacht aan. Advocaten komen en gaan. Stuitend vind ik het soms. In een uitzending van Nova beweerde een advocaat van één van de verdachten met droge ogen, dat hij in het voordeel was ten opzichte van het OM. Hij bezat de waarheid en niet het OM. Die waarheid zou zegevieren. Zijn cliënt was onschuldig. Het OM loog en verdraaide de feiten om zijn cliënt zwart te maken. Laat hij de waarheid vertellen, dacht ik, inclusief de rol van zijn cliënt.

Kijk, het recht moet zijn loop hebben. Laat dat in stilte gebeuren, met aan het eind een sober verslag van de uitspraak. Geen mediaspektakel waarin de verdachten tot helden geromantiseerd worden. Het is veel te veel eer. Daarom geen verdere aandacht aan dit proces. Laten er maar stilte zijn tot de uitslag er is. Nova en andere media zouden die lijn moeten aanhouden.

Met de crisisaanpak ligt dat anders. Die moet voluit in de publiciteit. Dat gaat ons allen aan. Ik zou er wel over willen schrijven, maar kan dat door gebrek aan informatie niet. Er is nog een hindernis. Al maanden wordt er over de crisis gesproken. Vele deskundigen dragen een bont palet aan oplossingen aan. Wat de oorzaken zijn, wie de schuldigen zijn, ik weet er geen zinnig antwoord op. Ik kom er niet uit en kan er niet over schrijven. Tegelijk heeft de situatie iets onwerkelijks. Ik besef en ervaar eigenlijk, ondanks al het gepraat over, niet dat er een crisis is.

Tegelijk roept de situatie het onaangename gevoel op van een naderende tsunami. Aanvankelijk trekt de zee zich terug en lijkt er niets aan de hand te zijn. Dan komt de klap met een donderend geraas. Het Haagse overleg is het gerommel in de verte die de komende klap aankondigt. Op het moment dat u dit leest, is duidelijk hoezeer de crisis ons gaat raken of raakt.

Ik voel mij als de dominee die door Johan van Holten in zijn proefschrift beschreven wordt. Zwijgend in het publieke debat, terwijl de verwachting hoog is. Kooplieden hebben ons in de kredietcrisis gestort, analyseert Lodewijk Dros in een column in Trouw. Nu zijn in het land van kooplieden en dominees de laatsten aan zet. De dominees moeten ons helpen uit de crisis te komen. Zij hebben veel in huis, meldt u in het publieke debat. Ik zou wel willen, maar hoe?

AP