Nieuwe grafsteen Buskes

logo-idW-oud

Nieuwe grafsteen Buskes

Op 16 september werd op het graf van ds. Buskes een nieuwe grafsteen geplaatst en onthuld in aanwezigheid van enkele tientallen genodigden. Henk Lensink hield een van de korte toespraken, die we hieronder graag opnemen. Gedurende 25 jaar was Buskes een prominent lid van onze redactie (redactie).

Toen ik in 1976 beroepen werd tot predikant van de Maranathakerk, wist ik niet dat Buskes tot mijn wijkgemeente zou gaan behoren. Dominee Buskes was voor mij een autoriteit. Als student had ik wel eens op een zondagmorgen een dienst van Woord en Wereld meegemaakt in Carré. Buskes preekte dan tussen negro-spirituals en artisten door in dat volgepakte theater. De zaal, jong en oud, luisterde muisstil. Nu, ongekende tijden.

Bij navorsing deze week bleek mij, dat ik als wijkpastor hem voor het eerst bezocht op 2 september 1976, de dag vóór de begrafenis van Prof. Miskotte. Van hun verbondenheid en vriendschap wist ik via de getuigenissen van Buskes in wat ze beiden als hun blad beschouwden: In de Waagschaal. Op mijn eerste aarzelende bezoek aan Rooseveltlaan 226 zijn nadien talrijke gevolgd

Voor deze bijeenkomst wil ik drie herinneringen ophalen, die ik materieel toonbaar kan maken en die evenzo vele typeringen van Buskes zijn. Allereerst zijn laatste bundel columns:Terzijde. Dat boek kwam hij ons rond Pinksteren 1979 samen met zijn tweede vrouw Syts brengen op de Scheldestraat, drie hoog. Natuurlijk met een opdracht erin. Hij voegde er een paar dichtregels aan toe. Die wil ik u voorlezen:

Geen woorden in de watten leggen,
scherp het ontleedmes wetten
en dit in elke halve waarheid zetten.

Hoe hij die vuistregel ook voor mij bedoelde, is me een half jaar later, op kerstmorgen 1979, duidelijk geworden. Buskes was toen net weer ontslagen uit het Andreas-ziekenhuis. Achteraf bleek het ook zijn laatste kerkbezoek in de Maranathakerk te zijn. Die kerstmorgendienst had ik opgezet voor jong en oud. Met de leiding van de kinderkerk was afgesproken dat ik kort zou preken en dat de preek zou overlopen in een kerstverhaal, verteld door een van de leidsters. In die dagen gingen velen met mij – en ongetwijfeld Buskes niet het minst – diep ontgoocheld de Kerstdagen tegemoet vanwege het mistige debat over kernwapens, dat die week in de 2e Kamer was gevoerd. In mijn korte kerstpreek moest ik daarover iets kwijt. Met weinig woorden heb ik toen die kerstmorgen voor de meeste kerkgangers veel te veel gezegd over het kabinet Van Agt. Maar na afloop van de hele dienst kwam Buskes ontstemd naar me toe en zei me, driftig gesticulerend: Je had dóór moeten gaan! Je was net goed op dreef om de zaak van geloof en politiek theologisch scherp te stellen. Ik kom voor een préék naar de kerk en níet voor een zondagsschoolverhaaltje. Zo werd het dus toch nog een goede kerst voor mij.

Dat brengt me dan op die tweede herinnering, waarvan ik eigen beeldmateriaal heb meegebracht. Want tussen Pinksteren en Kerst 1979 vierde Buskes zijn 80ste verjaardag. Vanwege zijn gezondheid zou die gevierd worden in kleine kring, en wel in het huis van zijn toen reeds lang overleden vriend Henk van Randwijk. 16 september 1899 was de geboortedag van Johannes Jacobus Buskes. Als comité hebben we daarom ook bewust deze dag gekozen voor de onthulling van zijn nieuwe grafsteen. Aan wat vandaag precies 26 jaar geleden plaats had, refereert ook Ter Schegget in zijn artikel waarnaar zo juist Dick de Jongh verwees. Die zondagmiddag kwam burgermeester Wim Polak speciaal naar Ilpendam om Buskes te ridderen. Bert ter Schegget beschrijft in zijn boek ‘Indachtig’ treffend hoe Buskes inhoudelijk reageerde op de uitreiking van de koninklijke onderscheiding. Mij is vooral van die dag zijn herboren vitaliteit bijgebleven. Hij praatte weer volop, gloedvol en breedvoerig met alle aanwezigen. Dat verwonderde me, want ik had hem in die dagen lichamelijk steeds meer zien verzwakken. Toen ik hem in zijn beschermde ziekenhuiskamer weer mocht bezoeken lag hij te slapen. Ik weet nog dat ik toen aarzelde of ik hem wakker zou maken. Dat heb toen toch maar gedaan – met een rustig handtikje – en daar bleek hij mij dankbaar voor: Goed, dat je me wakker gemaakt hebt, want alles smaakt naar de dood.

Op zijn nachtkastje lag o.a. een bloemlezing van Jan Luyken, samengesteld door Schulte Nordholt. We kwamen dus aan de praat over piëtisme, maar ook weer over socialisme en kernbewapening. En in dat verband ook over het theologisch spraakgebruik van die dagen, nasleep van Het Getuigenis. Rechtzinnigheid werd toen getypeerd met ‘verticaal denken’, want gericht op de hemel. En vrijzinnigheid met ‘horizontaal’, want te veel op de aarde en te weinig op de hemel betrokken. Buskes moest niets van die termen hebben. Van dat bezoek bewaar ik één van zijn kostelijkste, van hem persoonlijk opgevangen uitspraken: Ach, al dat theologisch gezift. Als ik hier horizontaal op mijn bed lig, denk ik verticaal. Maar als ik morgen weer verticaal op de gang mag lopen, denk ik horizontaal.

Ten derde, Buskes heeft me ook een nieuw Nederlands woord geleerd. Althans, het komt in mijn editie van Van Dale (uit 1992) niet voor. Het betreft het woord ‘bovengewelddadig’.

Daarover zou veel te zeggen zijn, maar ik tip het aan omdat het naar mijn idee hier om een uitdrukking gaat, die het theologisch en politiek denken van Buskes treffend karakteriseert.

Want als er één zaak was die hem levenslang bezig heeft gehouden was het die van ‘geweld’.

In een radiotoespraak uit de jaren ’70 schetste hij hoe ‘men’ hem zag: ‘Er zijn er die zeggen, dat ik te veel kritiek heb op de kerk. Er zijn er ook, die mij nog altijd te kerkelijk vinden.(.) Ouderen schrijven mij: te veel aarde, te weinig hemel! Jongeren: te veel hemel, te weinig aarde! Wat zal ik zeggen? Dit: het is mij om de zaak te doen. Om de Naam van hem die hemel en aarde tezamen verenigt, de zaak van onze Heer, Jezus Christus, die ieder van ons persoonlijk en de wereld in haar geheel aangaat.

De náám van Buskes staat vermeld op deze lijst van bekende Nederlanders die hier op Zorgvlied begraven liggen. Dat zijn graf geen steen meer had, werd – o ironie van de geschiedenis -ontdekt door een legerpredikant uit Assen. Dat we op de dag dat hij 106 jaar zou zijn geworden – wat hij overigens niet wilde: ‘80 is een mooie leeftijd’ – een nieuwe grafsteen kunnen onthullen, is mogelijk geworden door uw financiële én morele ondersteuning. Als comité zijn we u dankbaar, dat het graf van Buskes – deze dominee van het volk, deze kerkelijke en politiek dwarsligger, deze cultuurdrager van zijn tijd – ook in de toekomst bezocht kan blijven worden.

De omstandigheden brachten met zich mee, dat we met onze toespraken op deze dag een beetje dwarsliggers van hemzelf zijn geworden. Want in zijn afscheidspreek op 24 september 1961, gehouden in de Westerkerk, zei hij onder andere dit: En, als eenmaal het einde komt, laat ik dan op Zorgvlied zonder toespraken begraven worden. Was het niet het personeel van deze begraafplaats, dat mij, toen ik voor de eerste keer vanwege mijn hart, enkele maanden op bed moest liggen, mij een mand met fruit zond met een kaartje: “Heel Zorgvlied leeft met u mee”?

In zijn vele boeken en vooral brochures is een ontwikkeling aan te wijzen van verzet tégen geweld via afzien van geweld naar geweld te bóven komen. In grote woorden: van antimilitarisme via geweldloosheid naar bovengewelddadigheid. Dat laatste begrip is hem aangereikt door de eerste leider van het ANC Albert Luthuli, de geestelijke vader van Nelson Mandela. Het verklaart ook Buskes’ latere verwantschap en zelfs vriendschap met Beyers Naudé, Dom Helder Camara en Martin Luther King.

Toen hij 25 jaar predikant was, zei hij in zijn toespraak: ‘Als antimilitarist sta ik in onze kerk nog meer alleen en eenzaam dan als socialist.’ In die zelfde toespraak klonk ook – u, majoor Bosshardt, wist dat natuurlijk al lang – : ‘er zit ook iets in mij van de heilssoldaat – ik houd van het Leger des Heils – maar dan de heilssoldaat die door de jaren heen Karl Barth heeft ondergaan.’

Henk Lensink