Het geloof als werkzaam beginsel (Hebr. 4: 12, Marc. 4: 20)

logo-idW-oud

 

HET GELOOF ALS WERKZAAM BEGINSEL

“Het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard.” (Hebreeën 4:12)
” het woord horen en in zich opnemen en vrucht dragen.” (Marcus 4:20)

Men hoorde het vroeger nogal eens zeggen: ‘die en die (notoire slechterik) zit zondags op de eerste rij in de kerk!’ Dat was dan om aan te geven, dat er van de kerk helemaal niets deugde. Men hoort het tegenwoordig minder vaak; misschien ligt dat aan het feit, dat de publieke mening zich niet meer verwondert over dat feit, omdat men vindt, dat van de hele kerk als zodanig weinig deugt. De waslijst van verwijten is in enige decennia aardig aangegroeid: machtwellust, kruistochten, inquisitie, godsdienstoorlogen en nu zelfs terrorisme. Het is duidelijk: als het om de humaniteit en om verandering van de maatschappij gaat, dan is van het ‘het christendom’ niets te verwachten. Het heeft al te vaak en opvallend aan de verkeerde kant gestaan.

Ja, waardoor wekt het christendom de indruk conservatief te zijn? Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. Het heeft immers een rijk verleden; het heeft de samenleving, cultuur en ook de moraal van Europa gevormd.. Het is daarmee eeuwenlang tot een vanzelfsprekendheid geworden. Wij hebben wel wat te verwijten, maar wij hebben er ook heel veel aan te danken. En dat is niet iets opgeplakts, het is diep in onze botten doorgedrongen. Dat kan men toch niet zomaar van zich afschudden?!

Een radicaal negatief oordeel over het ‘corpus christianum’ is voor een kerkelijk denkend christen niet mogelijk en ook niet gewenst Ook over het conservatisme is het laatste woord nog niet gezegd, zoals tegenwoordig blijkt. Maar het conservatisme als pure behoudzucht – is dat nog te verdedigen?

De moeilijkheid zit wel in de vanzelfsprekendheid van het christendom, in het feit, dat het de definitieve maatschappelijke orde, onze ‘civil religion’ geworden is. Dat het christelijk geloof niet een maatschappelijke vanzelfsprekendheid, maar – wat ik zou willen noemen – een werkzaam beginsel is, iets dat de mens beweegt, beroert, in onrust brengt, onder kritiek stelt, verandert, dat dreigt in deze vanzelfsprekendheid verloren te gaan. ‘God wil met zijn genadige Geest een nieuwe geboorte, een ander beginsel in u wakker roepen’ – aldus Miskotte in zijn prachtige, nog altijd zeer behartenswaardige ‘eersteling’ Als een die dient (het in 1976 uitgegeven Gemeenteblaadje van Cortgene). Miskotte trekt daar ten strijde tegen het dode geloof van het gangbare ‘christendom’, tegen ‘de dood in de pot’(127).

Ik citeer: ‘Voor de meerderheid der kerkelijke mensen is de godsdienst..de verheerlijking van het bestaande. God is voor hen in de eerste plaats de Beschermheer en Zegenaar van de bestaande orde in staat, kerk, maatschappij en gezinsleven.’ (194) ‘De gewone godsdienstigheid…komt voort uit de zekerheid, dat men “het weet”. In een reeks van vijftien (!) meditaties legt Miskotte indringend en met groot geduld uit, wat hieraan mis is.. Want: ‘De Liefde Gods in Christus Jezus, onze Heer…is een alomvattend Woord-van-omwenteling…het leven moet herzien worden, de beginselen, ook de christelijke beginselen moeten in de smeltoven, de kerk en haar leden moeten door het laaiend vuur.’ (214). Wij krijgen te maken met een ‘hartstochtelijk dringen, ‘worstelen’, ‘ijveren’, ‘lijden’, ‘dromen’ (225) ‘Kortom: ‘alles is anders…dan men denkt.’(331) Daarom: ‘laat U dagelijks door God bewegen!’ (232) Oftewel, met de woorden van Luther: ‘het geloof is een onrustig ding.’

Miskotte schrijft in hetzelfde boekje even indrukwekkend over de stilte. Het is een bevochten stilte, maar juist als zodanig een zekerheid, die alles anders maakt. Juist door de stilte van het geborgen zijn in God zijn wij in staat de roep te horen: ‘Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doden.’(135)

Het is dan ook niet alleen maar strijd (zoals in het beeld van het zwaard in Hebreeën). De gelijkenissen van het zaad spreken van groei. Dat is gewordenheid. Dit is een heel ander beeld, al laten zij zien dat er ook dan heel veel mis kan gaan. Doch hier is sprake van ‘in zich opnemen en vrucht dragen’. Maar ook dat doet niets af aan het feit, dat het gaat om een ‘werkzaam beginsel’. Ook groei kan bewerken, dat de dingen uit hun voegen raken.

Welk beeld de bijbel ook hanteert, het is duidelijk, dat in een kerkgang alleen uit gewoonte, of anders gezegd: in het christendom als ‘civil religion’ het Evangelie (als het zout in de Bergrede) zijn kracht verliest. Waarom? Omdat het Evangelie’naar oorsprong en aard het bezielend en levenwekkend woord is van de herschepping aller verhoudingen in God.’ (216)

H.W. de Knijff