Tussen al het andere in – Ongeregeldheden

logo-idW-oud

 

TUSSEN AL HET ANDERE IN – Ongeregeldheden

Altijd zijn er wel ergens ongeregeldheden. In Zuid-Afrika of na voetbalwedstrijden. Wij horen er steeds meer over en wij zien er steeds meer van. Vroeger dacht ik dat het woord stamde uit een verhullend spraakgebruik, maar ik weet nu dat het niet zo is. Met het woord ‘ongeregeldheden’ wordt wel degelijk precies tot uitdrukking gebracht wat er aan de hand is. En dat is meer dan het klagen, het negativisme en zelfs cynisme dat premier Balkenende bij ons Nederlanders meent waar te nemen. Dat velen niet ‘blij’ zijn met Balkenende IV betekent nog niet dat we ten prooi vallen aan ongeregeldheden.

Bij ongeregeldheden heeft een ‘ontregeling’ plaats gevonden, het ‘ongeordende’ heeft de overhand gekregen, zodat ‘wanordelijkheid’ optreedt. Gewoonlijk wordt het woord alleen in het meervoud gebruikt, want we hebben te maken met een keten van gebeurtenissen. Van het een komt het ander; wat er gebeurt, loopt uit de hand. Van het drieletterwoord ‘rel’ kennen we een verkleinwoord: ‘relletje’ (en een rel kan inderdaad een tamelijk onschuldig relletje zijn), maar er wordt nooit gesproken van ‘ongeregeldheidjes’. Bij een rel of relletje wordt voor kortere of langere tijd de rust verstoord, maar het is een rimpeling in het overigens kalme water. Bij ongeregeldheden is ook sprake van rustverstoring, maar dan van ernstiger aard. Veelal gaan ongeregeldheden gepaard met allerlei vormen van geweldpleging en vernieling.

Er zijn vele redenen en oorzaken voor ongeregeldheden. Een van de redenen is geestelijke leegheid en een andere reden het gevoel van onzekerheid en ongeborgenheid bij velen. Door de onzekerheid en ongeborgenheid gaat men samenscholen en vormt men een menigte, of nog erger: een masssa. Kierkegaard zei: ‘De mensen zoeken in numerieke sterkte wat Adam al achter de struiken zocht: dekking’.

Door de ongeregeldheden worden we mismoedig, vertwijfeld en wanhopig, vooral omdat we er geen raad mee weten. Dan zijn er mensen die wel weten wat er moet gebeuren. Zij willen korte metten maken met de aanstokers. Maar wie zijn die aanstokers? En wat moet er worden gedaan als blijkt dat de aanstokers telkens opnieuw opvolgers hebben?

Ongeregeldheden hebben dikwijls een irrationeel karakter. Als mensen zich verzetten tegen een regering of een heerser, zijn daarvoor redenen en de actievoerders hebben hun argumenten. Anders ligt het bij ongeregeldheden, wanneer mensen zich tegen elkaar keren. Kierkegaard heeft het goed gezien, wanneer hij zegt: ‘Het is één zaak dat de massa tegen de koning of regering strijdt; een andere zaak zijn de rellen in de samenleving waarbij, als in een huis, de bewoners van de diverse etages met elkaar op de vuist gaan; dus niet met de huisbaas, maar met elkaar’.

In de geschiedenis zijn er steeds mensen die vermoeden dat een geestelijke crisis, hier en daar door ongeregeldheden duidelijk waarneembaar, een collectieve blijkt te zijn. Niet slechts persoonlijk worden mensen bedreigd, maar heel het bouwwerk van onze beschaving. Zulke mensen kunnen ondergangsvisioenen krijgen en anderen daarvan deelgenoot maken. Van een naderende ondergang heeft T.S. Eliot getuigenis afgelegd in zijn grote gedicht ‘The Waste Land’ (Het Braakland):

Torens vallen
Jerusalem Athene Alexandrië
Wenen Londen
Onwerkelijk (…)

Klokken luidend van herinnering, de tijd vertolkend
En stemmen zingende uit lege putten en bronnen uitgedroogd

In dit vergane gat tussen de bergen
In ’t bleke maanlicht staat het gras te zingen
Op omgestorte graven, rondom de kapel
Daar is de lege kapel, alleen der winden huis.
Hij heeft geen ramen, en de deur zwaait.
Droge beenderen doen aan niemand kwaad,
Enkel een haan stond op de dakvorst
C co rico co co rico…

De mensen met de beangstigende visioenen mogen niet pretenderen dat zij de wereld zullen verlossen. ‘Een mens kan nooit zijn eigen tijd verlossen; hij kan hoogstens tot uitdrukking brengen dat zijn tijd ten onder gaat’, aldus Kierkegaard.

Christenen mogen niet bevreesd zijn voor ongeregeldheden, omdat zij de ‘gevestigde orde’ zouden bedreigen. Er is iets heel anders dat wordt bedreigd: het leven, de liefde, de goede, heilzame orde, de juiste samenhang. Kierkegaard noemde de uitdrukking ‘gevestigde orde’ een volstrekt ‘onchristelijk begrip’. Het evangelie is beweging en brengt onrust, maar deze onrust heeft niets van doen met chaos. Met ‘gevestigde orde’ bedoelde Kierkegaard niet zonder meer ‘het bestaande’ (hij was geen dwaas die tegen het bestaande ingaat, omdat het bestaat), maar het geheel van overtuigingen, verworvenheden, zekerheden en instellingen, dat als heilig en onaantastbaar wordt ervaren. ‘Elke gevestigde orde heeft voortdurend een “horzel” nodig om niet in slaap te vallen of, wat nog erger is, om niet te vervallen tot zelfvergoddelijking’ , zei hij. Christenen zijn mensen die te weten zijn gekomen dat de ‘gestalte’(het ‘schema’) van deze wereld voorbijgaat. Zij zijn wars van ongeregeldheden, omdat zij als goede burgers het welzijn van het gemenebest op het oog hebben, maar zij zullen telkens, op zijn minst, vraagtekens zetten achter de gevestigde orde die heel demonisch kan zijn. Zij zullen zeker ook steeds weten, blij of niet blij, dat zij de functie hebben te vervullen om ‘horzel’ te zijn en altijd zal het hun roeping zijn te waarschuwen tegen de ‘zelfvergoddelijking’. De neiging daartoe is vaak groter dan wordt gedacht.

Michael Bource