Tussen al het andere in – Elfstedentocht

logo-idW-oud

 

TUSSEN AL HET ANDERE IN – Elfstedentocht

Het ziet er niet naar uit dat we deze winter kunnen genieten van de Elfstedentocht. Voor het laatst werd de tocht gereden (overigens zonder mij) op 4 januari 1997. De eerste echte, officiële tocht vond plaats op 2 januari 1909. De tocht van 1997 was de vijftiende. Natuurlijk was al eerder op het ijs gereden langs de steden van Friesland, maar dat was niet georganiseerd in groepsverband. Er is een overlevering uit 1749 waarin wordt gezegd: ‘ ’t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden, en nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, te Bolsward in den stad, bij Vetlap van den Hoek’.

De winnaar van de eerste Elfstedentocht was een theologiestudent. Ik weet dat sinds kort. Ik vermoed dat dit feit niet alom bekend is. De theologiestudent-schaatser heette Minne Hoekstra, geboren 10 juni 1884 in Warga, waar zijn vader een bekend en bekwaam schaatsenfabrikant was, die nog aan koninklijke spruiten schaatsen heeft geleverd. Minne won niet alleen de tocht, maar ook het verhaal over de tocht, door hem op schrift gesteld. Er is de tocht en er zijn de verhalen over de tocht. Deze verhalen worden steeds weer door ouders en grootouders aan hun kinderen en kleinkinderen doorverteld. Het verhaal van Minne vond een wijde verspreiding. Iemand – ik weet zijn naam niet meer – vond het een juweeltje van de Nederlandse verhaalcultuur. De theologiestudent schildert ‘zo’n inlevend tafereel dat het ook de hedendaagse lezer geen enkele moeite kost om zich door zijn belevenissen te laten meeslepen’. Ik liet me niet meeslepen, maar wel was ik door Minne geboeid. Als motto heeft hij een citaat van Schiller: ‘Sagen sie ihm, dass er für die Träume/ seiner Jugend soll Achtung tragen, wenn/ er Mann sein wird’. Minne was 24 jaar toen hij de tocht reed. Hij besefte waarschijnlijk dat zijn jeugd achter hem lag en dat hij bezig was een man te worden. Hij heeft het over zijn ‘vroegere jongensdromen om de eerste te zijn in de worstelperken van vlugheid en kracht’. Als hij zijn voornemen om met de tocht mee te doen te kennen geeft, is er ‘grote beroering in den huiselijken familiekring. “Van lotje getikt” is aller diagnose’, vooral omdat hij kort tevoren een longontsteking had gehad.

Aan de eerste tocht deden 24 schaatsers mee. Van te voren was men niet zeker of de tocht wel zou doorgaan, want het dooide. Tijdens de tocht kreeg men nog een bui en soms reed men door water dat hoog opspatte. Als Minne na goed tien uur rijden de finish heeft bereikt, ‘stort hij neer’. ‘Maar opstaan behoef ik nu niet meer, want sterke handen heffen m’n natte body op en dragen me, agenten maken ruim baan, ’t schrille licht van gaslampen verblindt m’n moede ogen. Voor ’t laatst wordt m’n boekje afgetekend’. De laatste woorden van zijn verhaal zijn: ‘Ja lezer, ik ben voldaan, meer dan voldaan’. Het door Minne Hoekstra geschreven verhaal is indertijd in boekvorm verschenen en wordt nog wel eens te koop aangeboden. Bovendien is het te vinden op internet.

Minne Hoekstra werd predikant in Wier en het Friese Scherpenzeel. Hij overleed in 1941, 56 jaar oud.

De tocht van 1909 kreeg veel publiciteit. Ik ontdekte dat ook in de buitenlandse pers van die tijd aandacht aan de tocht werd geschonken. En ook aan de winnaar. In 1909 gebeurde er ook iets voor het eerst in de motorsport: de Rally van Monte Carlo ging van start.

De Elfstedentocht is in de eerste plaats een schaatstocht. Maar deze tocht wordt ook op alle dankbare vervoermiddelen volbracht: te voet, met de fiets, motorfiets, auto, zelfs met de step en met een roeiboot. Om de uniciteit van de Elfstedentocht met de schaats te accentueren, spreekt men, wanneer gebruik gemaakt van andere vervoermiddelen, liever niet van ‘tochten’, maar van ‘routes’.

Wie gebruik maakt van de andere vervoermiddelen, heeft het voordeel dat men rustig de elf steden kan bezoeken. Er staan in de steden vaak mooie kerken met prachtige orgels. In Bolsward waar Frits van der Meer op een Hervormingsdag eens zo hard ‘Een vaste burcht’ op zijn wandeling hoorde zingen dat hij bang was dat de muren het zouden begeven, heeft de Grote Kerk een wereldberoemd Hinszorgel uit 1781. Anderhalf jaar heeft het wegens een restauratie niet gespeeld, maar nu is het weer volop in gebruik. Dit orgel is een feest om te horen, maar ook een lust voor het oog. Zittend in het koor op een van de koorbanken, met de organist Kees Nottrot op de orgelbank, waan je je, los van ’t aards gedruis, in een soort paradijs. Ik weet niet of de Olyhoek er nog is. Ook Sneek, Workum, Franeker en andere steden of stadjes beztten mooie orgels. Op een mooie zomerdag is het in Sneek gezellig druk. In Sneek is O. Noordmans op het gymnasium geweest en alleen daar heeft hij in het Fries een lezing gehouden.

Michael Bource