Terug naar de toekomst

logoIdW

 

 

Of hij het nu precies zo bedoelt of niet, Miskotte-biograaf Herman de Liagre Böhl legt de vinger bij de zwakte van de naoorlogse Doorbraak: het was “een historische gebonden verschijnsel in de context van de naoorlogse politiek” (p.214). Mij was altijd al de band met de oprichting van de PvdA en met het algemene bezwaar tegen de vooroorlogse hokjesgeest te nauw. Miskotte c.s. beperkten zich in hun kritiek op de confessionele organisatie. Met name de christelijke school bleef buiten schot. De inhoud van de vooroorlogse confessionele politiek kreeg teveel aandacht.

Gesteld eens dat de kerken na de oorlog, hoorbaar voor het hele land, afstand hadden genomen van de christelijke organisatie als een gestalte van haar verkondiging; als ze in die zin zelfkritisch hadden teruggekeken op confessionele politiek en vakbondswerk; op de sleutelrol van de christelijke school in de vervreemding binnen de samenleving; op de inkapseling van het evangelie in een ‘christelijke identiteit’: wat zou het voor tallozen niet betekend hebben?

Had het mijn ouders – klassieke onkerkelijke sociaaldemocraten – iets gedaan, als de Doorbraak theologisch radicaler was geweest? Ja, durf ik te beweren. Het had allemaal best minder politiek gemogen: voor de sociaaldemocratie had je al een partij, daar hoefde de kerk zich niet mee te bemoeien. Ze hadden het prima begrepen, als gezegd was: “De grootste dwaling was niet de invulling van ‘de C’, maar ‘de C’ als zodanig.” Dit soort dingen wordt buiten ‘christelijke’ kring intuïtief vaak beter begrepen dan daarbinnen.

We keken thuis nog wel eens naar de prenten van Albert Hahn uit de tijd van de spoorwegstakingen van 1903. U weet wel: “Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil.” En vooral Hahns beroemde commentaar op het ontmantelen van het stakingsmiddel. Onder het opschrift ‘Dr. Kuypers zorg voor de kleine luyden’ ziet men de gereformeerde voorman pogen een geketende arbeider te wurgen. Nog raker dan het opschrift zijn de woorden onder de prent: ‘in den naam van Christus’. Eveneens in Christus’ naam liet Kuyper in de troonrede van 1903 de stakingen betitelen als ‘misdadige woelingen’. De doopsgezind opgevoede Albert Hahn articuleerde wát er nu precies zo afstotend was aan het ‘christelijke’. Dat konden mensen als mijn ouders niet: er was geen bijbel in huis, catechese hadden ze nooit ontvangen, waar moesten ze de woorden vandaan halen? Aan hun intuïtieve afweer kwam de tekenaar pastoraal tegemoet.

Van Kuypers lastering van de scharen en van hun heiland distantieerden de kerken zich tot op heden niet (anders dan bijvoorbeeld van het antisemitisme). De achterliggende toe-eigening van het evangelie en van het epitheton ‘christelijk’ door een groep in de samenleving wordt in CDA- en VU-kringen tot in onze dagen fundamenteel onderschreven. Ook de PKN van René de Reuver zie ik er nog geen kritische noten over kraken.

Ja, de PKN – het land mijner vreemdelingschappen. Ze gaat prat op haar pluriformiteit: zie de veelkleurige stola van de nieuwe scriba, lees de contactadvertenties van gemeenten op zoek naar een voorganger. Niet weinig ingenomen met dat zelfbeeld, zucht men heel wat af over het hardnekkig doorzeurende imagoprobleem. De centrale taak die bij al die beeldreligie blijft liggen is: het evangelie te bevrijden uit zijn sociologische inkapseling.

Als die kerk nu toch eens tot de samenleving durfde te zeggen wat ze in Hahns en in Miskottes tijd niet waagde: “We hebben een grote fout gemaakt: we hebben het verborgen geloof gedegradeerd tot een zichtbare ‘christelijke identiteit’; we zijn met ons welgedane achterwerk bovenop het evangelie gaan zitten; inderdaad, de christelijke school wás een trap in jullie buik – een nog fundamenteler verraad wellicht dan de christelijke politiek; maar zoek nu je heil niet in mantra’s over de Verlichting, in benepen secularisme, in schrille kreten over autonomie of in andere papieren pantsers; laat je het evangelie niet langer afpakken door wie zich er breeduit op geïnstalleerd hebben – met hun kerken, scholen, predikantsopleidingen, tijdschriften; help ons het te bevrijden uit zijn sociologische gijzeling; blijf gerust buiten onze club en vrees van onze zijde geen religieus réveil: wij zullen geen front vormen met migrantenkerken of moslims en jullie andermaal buitensluiten om op je Verlichtingshoutje te bijten; durf geloven dat wij het evangelie en jullie niet opnieuw zo zullen verraden.” Als de PKN dat eens waagde: als ze eens kerk werd…

Er is één theologie die hierin de weg kan wijzen. Ook zij raakte ingekapseld: haar kritisch potentieel mocht de betalende leden niet te zeer verontrusten. Menig halfweter gooide haar op straat. En ja: ‘terug naar…’ is doorgaans een zwaktebod. Dat is echter anders, als men van een dwaalweg terugkeert naar de gemiste afslag. Na de oorlog hebben de kerken (ook de Hervormde) de afslag naar de toekomst gemist. Maar hij ligt er nog.

Max Staudt

Ds F. Staudt is predikant te ’s-Heer Hendrikskinderen