Een bevrijdingstheologisch gesprek over Israël

logoIdW

Het gesprek tussen At Polhuis en Bram Grandia komt niet echt op gang. Misschien zijn ze wel met verschillende zaken bezig: de eerste wil theologisch inzetten en maakt zich zorgen om de veiligheid van Israël, de tweede ziet de theologie als een ontsnappingsroute weg van de alledaagse onveiligheid van de Palestijnen. Ik vraag dan: waarom zou dat niet in één perspectief gevat kunnen worden?

Juist theologie!

Evenals voor At is voor mij de onopgeefbare verbondenheid met Israël, zoals die in de kerkorde van de Protestantse kerk verwoord wordt, wezenlijk; ik zou het onaanvaardbaar vinden als die zou verdwijnen. Die notie link ik niet direct aan het antisemitisme – ik beleef die als een fundamentele en richting wijzende ontdekking van de levensbron van de christelijke kerk en het joodse karakter van het NT. Daarnaast deel ik met Bram de stevige en blijvende politieke keuze voor de rechten van de Palestijnen, hun recht op land en veiligheid en een menswaardig bestaan. Ik doe dat vanuit de bevrijdingstheologie, waar Palestijnse theologen sterke bijdragen aan geleverd hebben, die doortrokken zijn van de pijn en het lijden van hun volk. En ik ben er vast van overtuigd dat alleen hierdoor ook Israël bevrijd kan worden van een heilloze politiek.

De onopgeefbare verbondenheid met Israël hoeft en mag concrete politieke solidariteit met de Palestijnse zaak niet in de weg staan – en omgekeerd. Maar er is wel een niet te vermijden spanning tussen die twee. En zonder theologische doordenking komen we hier niet verder. Ik noem dan meteen de beide vragen die alleen samen behandeld kunnen worden. Wat betekent het voor onze omgang met Israël en het Palestijnse volk dat Israël de eerste liefde van de Eeuwige is en blijft? En wat betekent de gegevenheid dat het Palestijnse lijden een vindplaats is voor de God van Israël hiervoor?

Israël

Maar waar staat die notie Israël voor in de kerkorde? Wat is Israël? Dat mag Israël zelf zeggen, zeg ik allereerst met At. Maar hij verdisconteert dan niet dat het jodendom daar zelf ook uiterst verdeeld over is: dat loopt uiteen van orthodoxe Joden die niets met een staat te maken willen hebben maar alleen ruimte willen krijgen voor hun geloofspraktijken, via Joden die met zionistisch enthousiasme de staat Israël steunen, tot aan Joden die overtuigde anti-zionisten zijn omdat ze vinden dat geloof zich nooit exclusief aan een staat kan binden. Als kerk hebben we met alle varianten te maken – maar we moeten wel duidelijk maken dat hoe dan ook de verbondenheid met Israël geen goedkeuring betekent van apartheidsstaat en bezettingsmacht Israël; de afwijzing van deze politiek leeft ook duidelijk in de Joodse gemeenschap, binnen en buiten de grenzen van de staat Israël. De Protestantse Kerk zegt dat ook wel met enige kracht in allerlei documenten, maar durft te weinig ter zake te spreken op momenten dat het erop aan komt.

Onveiligheid

Zowel Israël als de Palestijnen hebben hun redenen om zich onveilig te voelen. Bram schrijft: dit is geen conflict van gelijkwaardige partners, Israël is oppermachtig en maakt het voor de Palestijnen onveilig in hun eigen land. At lijkt net andersom te denken: Israël is de onderliggende partij die zich niet veilig voelt, want Palestijnen hebben de gunfactor van de hele wereld mee. Dat laatste is in woorden wel vaak zo, ook in onmachtige VN-resoluties, maar de daden en de wil en/of macht om de belangen van Palestijnen echt te behartigen ontbreken (ook bij Arabische landen trouwens), terwijl Israël machtige beschermers heeft in de VS en Europa.

Er is en blijft die angst bij Israël dat ze er uiteindelijk alleen voor staat. Is dat niet vooral omdat Israël zichzelf ervaart en tegelijk ook ervaren wordt als een vreemde in de omringende wereld? En heeft dat niet alles te maken met het begin van deze staat: ontstaan uit een overname van het land, met verdrijving van de oorspronkelijke bewoners? Dat is inmiddels een onomkeerbare situatie, maar wel een voortdurend doorwerkend onrecht en pijnpunt in de relatie met Israëls omgeving.

Tenslotte: ik zie een merkwaardige incongruentie in het slot van de artikelen van At. Het gesprek met Israëli’s heeft volgens hem tot doel: het besef kweken dat zij veilig zijn; het gesprek met de Palestijnen heeft tot doel: hen zover brengen dat zij ruimte geven aan Israël – maar (vraag ik dan) hoe zit het met de veiligheid van de Palestijnen? Vormt de Israëlische staat met haar leger- en politiemacht dan geen dreiging voor hen?

Ik begrijp niet dat At steun voor de Palestijnen ondergeschikt kan maken aan begrip voor de trauma’s van Joden. Hier valt niets weg te strepen, maar alleen beider pijn en strijd te verstaan en te ondersteunen, hoe moeilijk dat in de praktijk ook is.

Harry Pals

Ds. Harry Pals is (emeritus) predikant in de PKN en woonachtig te Noordwijk

Nawoord redactie – We beëindigen met deze betrokken bijdragen voorlopig de discussie rondom Israël/Palstijnen. In 2019 hebben we eerder een themanummer aan deze problematiek gewijd. We hopen een gesprek te arrangeren met de betrokkenen over dit thema en daarvan later een verslag in ons tijdschrift op te nemen.

In de Waagschaal, jaargang 51, nr. 4. 2 april 2022