Bucurestiul mutilat

logoIdW

 

Bucureştiul mutilat

De Calea Victoriei, waar Mihail Sebastian in de jaren dertig ‘de mare’ over een nieuwe oorlog opving en als student moest wegduiken voor de opgeschoten jongens op ‘Jodenjacht’, is sinds de zeventiende eeuw één van de belangrijkste straten van de stad. De ‘laan van de overwinning’ verbindt de ark de triomf ter ere van Ferdinand I, met het voormalige koninklijk paleis van hem en zijn oom, Karel I, de eerste koning van Roemenië. Met het nodige gevoel voor symboliek smolten de nieuwe machthebbers in 1948 diens beeld te paard om tot een beeld van Lenin, de nieuwe vader van alle volkeren, maar sinds 1991 staat de oude koning weer op zijn sokkel. Nieuwe tijden, oude koningen. Ooit reden hier de vorsten te paard en de vorstinnen in karos naar hun paleizen en villa’s langs de calea. Later kwamen de automobielen van de nieuwe rijken op weg naar de moderne hotels en casino’s; weer later de limousines van Partijleider, ministers en bevriende staatshoofden op weg naar het partijgebouw tegenover het dan presidentiële paleis.

Tijdens het interbellum werd in de hele stad, dus ook hier, koortsachtig gebouwd. De hoofdstad van het Grote Roemenië trekt enorme investeringen naar zich toe, mede aangejaagd door de vondst van olie in de velden van Ploieşti, tachtig kilometer ten noorden van de stad. In twintig jaar tijd groeit Bukarest met bijna een miljoen inwoners. Gretig schudt de nieuwe staat het achterlijke verleden van zich af. Een nieuw nationaal bewustzijn groeit in cafés, concertzalen, universiteiten. Parijs is het nieuwe voorbeeld. Budapest en Wenen zijn voorgoed passé. Langs de calea verrijzen art-decohotels en modernistische overheidsgebouwen.

Nu, jaren na de grauwe tijd van ‘het gouden tijdperk van het socialisme’ leeft de laan weer op. Gucci en Prada financieren de winkelpuien; de Europese Unie de restauratie van oude paleizen en de musea. De calea zoekt een weg terug naar de grandeur van weleer. Toch voel je ergens aan dat dat met Louis Vuitton, Hilton en ING niet gaat lukken.

Het koninklijk paleis, waar Geoghiu-Dej (1901-1965) en Ceauşescu als socialistische vorsten resideerden, is nu een museum. Het voormalige partijgebouw en vooral het balkon ervan is misschien wel de beroemdste plek van de stad. Hier gebeurde tijdens de kerstdagen van 1989 wat niemand voor mogelijk had gehouden. Iconische beelden. Een klappende massa met portretten en spandoeken; de Grote Leider met ‘bojaren’ bontmuts, zijn krakende stem. Het plotselinge protest, zijn verwarde blik. Een man met een gleufhoed achter hem roept iets. De paniek, Ceauşescu’s machteloze geroep in de uitgevallen microfoon (hallo, hallo, ha- allo); de snauw naar zijn vrouw, Elena. (Stil jij) Dan de helikopter die van het dak vertrekt, de chaos in de straten en uiteindelijk het schijnproces in een morsig zaaltje en de executie tegen een blinde muur. Bij het terugkijken oogt het als een soort B-film, onhandig; amateuristisch. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk wat er nu precies gebeurd is, maar er vielen in die dagen rond kerst honderden doden in het hele land. De bloedigste Europese revolutie in decennia. Het monument tegenover het balkon; (een pompeuze naald met een krans, een beeldengroep en een wand met honderden namen) is ruim tien jaar na de oprichting al in verval. Tegels gebroken, graffiti, onkruid, sommige namen verwijderd, andere bekrast. Ieder monument is hier na veertig jaar socialistische ‘new-speak’ nu eenmaal verdacht. Of is de deceptie dertig jaar na de ‘revolutii’ te groot om het monument voor haar ‘Eroilor’ in ere te houden?

Uit het kerkje ertegenover klinkt gezang van de orthodoxe liturgie. Het kleine kerkje tegenover het monument, blijkt stampvol. In het licht van honderden kaarsen, slingeren twee priesters wierookvaten, kussen vrouwen iconen en zingt een koor vanaf het balkon de eeuwenoude liturgie. We zijn afgedaald in de binnenwereld van deze stad; onverstoorbaar wordt hier in de catacomben van de geschiedenis het geheim gevierd.

Als een wonder heeft het kerkje uit 1720 de socialistische sloopwoede overleefd. Na de aardbeving van 1977 werd het regime beheerst door een steeds obsessievere sloop- en bouwwoede. De oude tijd moest worden uitgedreven. De ideologie van het ‘sistematizare’ leidt tot de ‘grootste stadsverwoesting in vredestijd’ ooit. Over 6 vierkante kilometer worden meer dan 20 middeleeuwse kerken en kloosters, 3 synagoges en de omringende historische woonwijken gesloopt om ruimte te maken voor het nieuwe socialistische ‘Centru Civil’, met het ‘Casa Poporlui’ aan het eindpunt van de blvd.Victoria Socialismului als hoogste punt. Het groteske betonnen centru vervangt het oude hart van de stad; een subtiel netwerk van aan elkaar gegroeide en op elkaar betrokken wijken, traditionele huizen met binnenplaatsen, markten, winkels, kerken, synagoges. Kort voor de voltooiing van het paleis begint de revolutie. De stad blijft verminkt achter; de enorme fonteinen verpauperen en de braakliggende puinvlaktes blijven jaren leeg. Bucurestului mutilant.

Cité et ville
Het verhaal is al vaak verteld als climax van een exotische dictatuur in de Achterhoek van Europa. Ach, ach, die gekke Roemenen! Natuurlijk gaat het hier om een verwoestende dolgedraaide dictatuur, maar daarmee is niet alles gezegd. De Britse socioloog Richard Sennett biedt in zijn boek Stadsleven een bredere blik op het sistematizare van de jaren 80. In zijn boek schetst Sennett de ontwikkeling van de stedenbouw vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij beschrijft die als een spanning tussen wat hij cité noemt (de geleefde stad) en de ville (de ontworpen stad). De ville wordt door stedenbouwers gezien als oplossing voor de problemen in de cité. Overheden van alle soorten ondersteunen die gedachte. De ville wordt een wapen in de strijd om orde en veiligheid. De bejubelde boulevards van Parijs, die sinds het ontwerp overal ter wereld de blauwdruk vormen voor de moderne stad, waren Hausmann’s antwoord op de chaos tijdens de revoluties van 1830 en 1848. De breedte van de imposante boulevards moesten barricades voorgoed onmogelijk maken en ruimte bieden voor de door paarden getrokken kanonnen. Het latere flaneren op diezelfde boulevards behoorde evenmin als massa-demonstraties tot de intenties van het ontwerp. Wie heeft het nog over gesloopte woonwijken? Ook de in de jaren twintig door Le Cobusier ontworpen villes vinden overal navolging. Net als in Parijs verschijnen in Bukarest, geholpen door verbeterde betontechniek, modernistische stations, telefooncentrales en woonkazernes. Orde, maakbaarheid, regelmaat en uiteindelijk uniformiteit is het antwoord op de roerige tijden en chaotische stedengroei. Het blijft zo na de tweede wereldoorlog. Ook Amsterdam ontkomt in de jaren zeventig maar op het nippertje aan het sistematizare van de binnenstad. De plannen voor flatblokken in de verpauperde Jordaan lagen al klaar. En ook nu passen de Chinese miljoenensteden in het beeld van de ideale ville als antwoord op de chaotische cités en de achterlijke dorpen. Het ‘centru civil’ toont ons de uiterste consequentie van de droom van de ordelijke ville: een dode stad die alles wat buiten de orde valt buitensluit.

Het is de vraag hoe je de cité en de ville in evenwicht houdt in de eeuw van mondiale hyperurbanisatie. Sennet eindigt filosofisch. Hannah Arendt, Kant en Leviticus 19:34. Citaten over openheid en ruimte voor de ander. Sennetts pleidooi voor een open stad, een cité is uiteindelijk een roep om ruimte voor de ander.

En zo keert de vraag van het spandoek weer terug: impreuna -‘samen’? Hoe houden we de cité levend onder de druk van het unirii van de ville? Het is veilig in onze villes. Overzichtelijk, comfortabeler dan ooit. Maar toch, wie is hier echt thuis? In de koude fantasieloze betonblokken verschijnen sinds een paar jaar weer eethuisjes. Bukarest’s hipste eettent heeft ikonen aan de muur, Moldavische kleedjes op tafel, en serveert boerengerechten uit haar pizzaovens. De Boulevard van de Overwinning van het Socialisme heet nu Boulevard van de Eenheid. Achter Ceaucescu’s tempel, nu parlement, verrijst letterlijk op het puin van de oude kloosters, de enorme Orthodoxe Kathedraal ‘van de Verlossing van het Volk’, Het project is omstreden vanwege de miljoenen overheidssubsidie. Tienduizenden mensen wonen op 1 december j.l. de inauguratie bij. Het filmpje toont meisjes maken in traditionele kleding met smartphones, mannen met bojarenmutsen ‘Wie kritiek heeft is niet echt orthodox’; roept een vrouw. In 2024 moet de kerk af zijn.

Die avond lopen we nog even langs de ooit ter ere van de socialistische heilstaat gebouwde fonteinen. De straat van de overwinning blijkt afgezet voor een spectaculaire lichtshow. Onder de tonen van Vangelis’ ‘Conquest of Paradise’ spuiten de gerestaureerde fonteinen meters hoog en licht het Casa Poporlui op in een zee van steeds wisselend gekleurd licht. Na Vangelis volgt de stem van Freddy Mercury.

Empty spaces, what are we living for?
Abandoned places, I guess we know the score
On and on, does anybody know what we are looking for?
Another hero, another mindless crime
Behind the curtain, in the pantomime
Hold the line, does anybody want to take it anymore?
The show must go on
The show must go on
Yeah
Inside my heart is breaking
My make-up may be flaking
But my smile still stays on
Whatever happens, I’ll leave it all to chance
Another heartache, another failed romance
On and on, does anybody know what we are living for?
I guess I’m learning (I’m learning), I must be warmer now
I’ll soon be turning (turning, turning, turning), ’round the corner now
Outside the dawn is breaking
But inside in the dark I’m aching to be free
The show must go on
The show…

Werner Pieterse
W. Pieterse is stadsdominee te Amstelveen

(In de Waagschaal, jaargang 48, nr. 4. 6 april 2019)