Bij de tijd

logoIdW

 

Het is Ad van Nieuwpoort aardig gelukt om meteen al in de titel en ondertitel van zijn jongste boek heilzame verwarring te zaaien: hij noemt zichzelf ‘een liberale dorpsdominee’ en wil met zijn boek ‘uit de tijd’ treden. Nu heb ik hem ooit beschreven horen worden als ‘de laatste hervormde dominee van Nederland’, is hij dorpsdominee van het lieflijke Bloemendaal en heeft hij enigszins de schijn tegen zich om geheel en al in dat plaatje te passen. Was hij niet tegelijkertijd meester op het dialectische degen van de theologie, het boek zou ons pardoes terug in de lommerrijke 19e eeuw voeren en associaties teweeg brengen als die van een ‘Dagboek van een herdershond’.

De opzet van het boek, een daadwerkelijk inkijkje in het bestaan van een dorpsdominee – naar ik heb begrepen, komt er van de zomer zelfs een heuse documentaire van – loopt een groot risico te vervallen in een vergelijkbare belegen anekdotiek. Van Nieuwpoort weet daar op een overtuigende manier aan te ontkomen. Eigenlijk heb ik er geen andere verklaring voor dan dat uit dit boek blijkt dat hij op een volgroeide en gebalanceerde wijze het voorbeeld is van dat type predikant dat vandaag inderdaad steeds zeldzamer lijkt te worden: dat van de predikant als theoloog of beter en preciezer gezegd: als dienaar van zowel het vreemde als het bevrijdende Woord van de Heer. Meteen al in titel en ondertitel voltrekt zich daarom een boeiende dialectiek. De schrijver wil zijn gehoor niet verleiden ‘uit de tijd’ te stappen, alsof het kerkelijk leven een tijdloze zaak is of niets met de tijd van doen heeft. Integendeel! Deze titel vat op een kernachtige wijze de zaak van de gemeente samen: daar ontsnapt men aan de ban van de tijd, aan de slaafse onderwerping aan de dwang van de agenda om zich een moment uit de tijd te bevinden: in de goede tijd waarin ruimte gevonden en gevraagd wordt om in die tijd te leven die er werkelijk toe doet, de tijd van de ontmoeting van aangezicht tot aangezicht. Dat is wat er in de gemeente gebeurt. Een gemeente die overigens bepaald niet beperkt blijft tot wie zou geloven of erger nog, zich op een of andere manier kerkelijk weet. Ook het begrip ‘liberale dominee’ ontkomt niet aan een vergelijkbare dialectische buiteling. Hij is liberaal in die zin waarmee ooit Karl Barth zichzelf betitelde, als liberaler dan wie zichzelf doorgaans als liberaal zien. Het betekent een openheid naar alle kanten, naar verleden en toekomst, waarbij de bescheidenheid er vooral in bestaat dat wat vandaag gevonden en gezegd wordt, ongetwijfeld zijn grenzen heeft en morgen weer anders gezegd moet worden. Wat overigens niet wegneemt, dat wat nu gezegd wordt, zeer beslist van aard is. Binnen dit zowel verfrissende als stevige kader geeft Van Nieuwpoort een bemoedigende inkijk in zijn werk als predikant zowel in de kerk, als in het leven, als in het leerhuis, zoals de drieslag van zijn boek wil.

Het boek heeft mij goed gedaan. In alle eerlijkheid wilde mij het nogal eens voorkomen alsof onder de leerlingen van Barth bovenal een groot ‘Nee’ werd opgericht. Een ‘Nee’ tegenover de kerk die er natuurlijk helemaal niets van begrepen had en niet boven haar kleinburgerlijke parmantigheid uit weet te stijgen. Daartegenover kon de Barthiaan maar weinig anders inbrengen dan zich te verschansen achter het Woord, niet zelden zelfs in letterlijke zin, achter de grote folianten van de Witte Walvis in de studeerkamer. Van Nieuwpoort toont een begaanbare weg. Hij blijkt eerst en vooral een predikant die zich hart en ziel verbonden heeft aan zijn gemeente en laat overtuigend zien dat deze verbondenheid juist tot grote bloei komt als de predikant zich concentreert op het Woord dat ook hemzelf in beginsel volkomen vreemd is. Regelmatig weet deze predikant het niet. Worstelt hij met zijn Paaspreek die maar niet verschijnen wil. Of weet hij in een pastorale situatie die hem naar de keel grijpt, geen zinnig woord uit te brengen. Hij weet het écht niet. De preek is geschreven maar het klopt niet. Er mist iets. Daarmee doet hij precies het goede: zich bewaren voor ontijdige en onechte woorden, al heeft hij wel steeds het geluk – vromer maak ik het echt niet – dat de woorden hem gegeven worden – al wordt het bij die Paaspreek wel akelig laat. De kerkklokken beieren al, als de klassieke nachtmerrie van elke predikant. Ook constateert hij dat, precies als hij dichtbij de bewegingen van de oerwoorden der Schriften blijft, het bij uitstek die hoorders raakt wier oren nog niet kerkelijk verstopt zitten, zoals die ‘buitenkerkelijke’ Doopvader die mogelijk harder en hartstochtelijker dan heel de gemeente ‘Ja’ roept op de beloften rondom de Doop. In en buiten zijn kerk, blijkt grote ontvankelijkheid te bestaan als het stof van eeuwen en vooroordelen van de verhalen wordt afgeblazen en weer worden gelezen als opnieuw en als vanouds. De voorbeelden zijn pregnant en welsprekend: de beschaafde heer zich weet te verstaan met zijn dood. De redderende diaken die zich uiteindelijk aan een ander durft toe te vertrouwen en het bruidspaar dat dit langzamerhand ook durft: aan elkaar, als de goede wijn die niet meer werd verwacht.

Van Nieuwpoort spaart ons daarbij met name zijn beginnersfouten niet, al ontkomt hij er in dit boek niet helemaal aan dat alle verhalen en eigenlijk ook de fouten, toch onder het voorteken staan van het uiteindelijke succes dat hij halen zal. Dat is blijkbaar iets dat onontkoombaar meekomt in dit genre omdat ik dit ook herken in boeken van illustere voorgangers als Nico ter Linden.

Maar bovenal is het een goed en bemoedigend boek. Het toont ons een weg die de gemeente kan gaan die vitaal is en veelbelovend. Het sluit zijn ogen niet voor de realiteit. Veelzeggend is de epiloog waarmee de auteur weer ‘in de tijd’ stapt waarin hij bij uitstek bij de ruïne die nog rest van wat ooit een kerkje in een Frans dorpje was, wat mijmert over de toekomst van de kerk. Misschien is dit inderdaad de weg die het corpus christianum moest gaan. Tegelijkertijd is daarmee het ooit vanzelfsprekende midden van het verhaal van Europa verdwenen. De vraag is of het verhaal wat daarvoor in de plaats is gekomen, het verhaal van de markt, nu zoveel beter voor de mens is gebleken. In dit boek worden trefzeker de contouren van die gemeente getekend die mogelijk uit deze ruïne zouden kunnen ontstaan. Niet meer als voorheen, maar als oefenplaats tegen de scepsis, angst en onrecht. Een gemeente bij de tijd en daarom niet bang die tijd weer in te gaan.

Evert Jan de Wijer

Ad van Nieuwpoort, Uit de tijd. Wat bezielt een liberale dorpsdominee, Prometheus 2017, € 19,99

Dr E.J. de Wijer is oud-redacteur en predikant van de Thomaskerk in A’dam