Over het verschil tussen een genie en een apostel

logoIdW

 

‘Een dolende wetenschap heeft het christendom in verwarring gebracht. Zij heeft Paulus van een apostel in een genie veranderd. Maar als je Paulus als een genie beschouwt, ziet het er voor hem slecht uit. Menige voorganger maalt daar niet om. Die denkt: als je maar iets goeds van zo iemand zegt, dan is het al goed. En zo wordt Paulus geprezen om zijn rijkdom aan gedachten, zijn diepzinnigheid, zijn fraaie metaforen, zijn bekwaamheid als taalkunstenaar enzovoort. Ze zouden (aangezien Paulus, zoals bekend, ook een ambacht beheerste) evengoed kunnen verkondigen dat de tenten die hij maakte zulke volmaakte meesterwerken waren, dat geen tapijtwever, voor of na hem, zoiets volmaakts heeft kunnen maken – want als je maar iets goeds van Paulus zegt, is het goed. Als genie kan Paulus zich echter niet meten met Plato of Shakespeare, als bedenker van fraaie metaforen is hij zeker niet eersterangs, als stilist heeft hij geen grote naam – en als tapijtwever, ja, ik moet bekennen, dat ik niet weet hoe hoog ik zijn status op dat gebied inschatten moet. Kijk, het is altijd goed om de spot te drijven met opgeblazen ernst. Daarna komt de echte ernst vanzelf, de ernst dat Paulus apostel is. En als apostel heeft hij niets maar dan ook niets gemeenschappelijks met Plato of met Shakespeare of met letterkundigen of met tapijtwevers. Het ontbreekt hun gezamenlijk (terwijl Plato, Shakespeare en tapijtwever Hansen hier op één lijn staan) aan enig punt van vergelijking met hem.’ (Søren Kierkegaard, in de bewerking van Udo Doedens, Over het verschil tussen een genie en een apostel 1847)