Het doorkruiste Subject van de techniek

logoIdW

Jacques Ellul en het technische discours (I)

 

Jacques Ellul (1912-1994) is een leerling van de protestantse theoloog Karl Barth, met wie hij de compromisloze bevestiging van de Volkomen-Andere God deelt. Hij plaatst zich in de traditie van de oudtestamentische profeten wanneer hij de techniek aanwijst als het object van de moderne afgoderij. Hij hekelt met name wat hij noemt het discours van de techniek.

Deze kritiek is overtuigend, maar roept ook vragen op.

Het technische discours

In een column die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog verscheen, stelt Jacques Ellul dat Hitler geestelijk gesproken de oorlog heeft gewonnen. Dit is bijna woord voor woord als een antwoord te beschouwen op de volgende oproep van generaal de Gaulle (18 juni 1940): “Vandaag zijn we getroffen door de kracht van de techniek, in de toekomst kunnen we enkel nog zegevieren door de techniek nog krachtiger te maken. Het gaat hier om de bestemming van de wereld.” Jacques Ellul nu stelt dat het militair-industriële complex van de nazi’s de ‘vrije wereld’ heeft gedwongen om een superieure technische dynamiek te ontwikkelen – een dynamiek die momenteel bezig is haar wet aan de wereld op te leggen. De staten hebben de totale oorlog als voorwendsel gebruikt om hun absolute heerschappij te doen gelden en om hiermee de greep van de techniek op alle aspecten van het menselijk gedrag te vergroten. De door Hitler gemobiliseerde en ontketende mechanische kracht heeft er voor de geallieerden niet alleen toe gediend de oorlog te winnen: dankzij nazi-Duitsland heeft de oorlog, meer in het algemeen, tot een ongekende overheersing van de techniek geleid, en dat ten nadele van het (door de geallieerden) nagestreefde doel: de overwinning van de ‘vrije wereld’. De vrijheid is daardoor gereduceerd tot een ​​propaganda-argument.

Jacques Ellul bindt de strijd aan met het discours van de techniek, eerder dan met de techniek zelf (dat wil zeggen haar middelen). De techniek wordt geleidelijk aan een doel ‘an sich’. De doelstellingen, die de techniek geacht wordt te dienen, verdwijnen uit het oog en worden vervangen door de eigen logica, de wetten en procedés van de techniek. Als discours gaat de techniek daarbij de structuur van het collectieve onbewuste bepalen. In Propaganda en democratie legt Jacques Ellul uit hoe de propaganda onvermijdelijk haar greep op de acteurs verstevigt, ook al beweren dezen dat ze haar enkel voor hun eigen doeleinden gebruiken. Hij laat zien hoe enerzijds de democratie het niet zonder de propaganda kan stellen, terwijl toch anderzijds het gebruik van propaganda in strijd is met het wezen van de democratie en van de vrijheid een farce maakt. Hij ziet de propaganda als bij uitstek het model van het discours van de techniek.

Door een nauwkeurige beschrijving van de manier waarop de propagandatechnieken er uiteindelijk in slagen hun procedés aan de democratie op te leggen, totdat deze tot een schijnvertoning is gereduceerd, legt Jacques Ellul de structuren van het discours van de techniek bloot. Het gereedschap legt zijn wet op aan de gebruiker en het gebruik brengt bij de gebruiker grote en bijna onomkeerbare antropologische transformaties teweeg. De propaganda is er niet alleen om de doeleinden van het totalitarisme te dienen; als een discours dat het collectieve onbewuste beïnvloedt, is de propaganda vooral te beschouwen als het totalitarisme zelf in zijn zelfverwerkelijking.

Zo reageert Jacques Ellul op overtuigende wijze op de vraag, die door de profeet Jesaja al werd gesteld naar het zelf vervaardigen van de goden: hoe komt het dat het oeuvre (techniek) er altijd mee eindigt zijn wet aan de mensheid op te leggen – terwijl toch de mensheid het oeuvre in eerste instantie voortbracht? De propaganda is een techniek van het discours die, omdat het om techniek gaat, uitloopt op de pretentie hét Discours te zijn, anders gezegd de stem van de afgod.

 

Een totalitarisme zonder uitvlucht

Als leerling van de theoloog Karl Barth ziet Jacques Ellul geen andere manier om aan de techniek en haar discours te ontkomen dan door te vertrouwen op een hogere werkelijkheid: “de mens Jezus Christus, de enige die de wereldse fataliteiten doorbreekt.” Vervreemd door de techniek vindt de mens in hem zijn toevlucht. Staat dit gelijk met een vlucht in de mystiek, de spiritualiteit?

Al heeft deze vlucht bij Ellul een concreet, praktisch gevolg, bij voorbeeld in de vorm van verzet, zij kan ook een valkuil betekenen. Wat Karl Barth weleens wordt verweten, dat hij door zijn absolutisme de Kerk heeft opgesloten in een puur religieuze sfeer en haar daardoor van de mogelijkheid heeft beroofd om binnen de culturele en sociale spanningsvelden offensieve stellingen te ontwikkelen, kan ook van Jacques Ellul worden gezegd. Door de manier waarop hij het discours van de techniek verabsoluteert, reduceert hij het geloof tot de rol van een belegerde vesting. Het geloof verliest dan zijn greep op de wereld – een wereld die wordt beschouwd als onherroepelijk onderworpen aan de macht van Satan. Je zou je kunnen afvragen of deze demonisering van de techniek, omdat hij zo pertinent is, niet juist bijdraagt aan haar fascinerende macht?

Maar waarom zouden we in dat geval überhaupt nog een ander discours tegenover het Discours (van de techniek) stellen? Waarom, in een wereld die gedomineerd wordt door de propaganda, nog grijpen naar het wapen van de taal met het idee de strijd binnen het kader van de taal te voeren? Is de taal niet het ‘technische werktuig’ dat aan het spreken zijn technische verplichtingen oplegt? Als de taal fundamenteel aan de techniek gebonden is, hoe kun er je dan de techniek en met name het discours van de techniek nog mee bestrijden? Zelfs het profetische woord is dan machteloos.

Achter deze vragen schuilt een meer fundamentele vraag: als de techniek in de wijde zin – techniek die ook de taal omvat – de mens beheerst, eerder dan andersom, is er dan nog zoiets als een subject van de techniek? Daarover de volgende keer. (Wordt vervolg)

Richard Bennahmias

R. Bennahmias is predikant van de Waalse gemeenten van Amsterdam en Haarlem