Geen verzoening zonder gerechtigheid

logoIdW

 

In het julinummer van In de Waagschaal (45/8) bespreekt Henk-Jan Prosman met instemming het boek ‘Minderheid in eigen land’ van Martin Bosma. Daarin worden de anti-apartheidsstrijd van het ANC en de betrokkenheid van de Nederlandse kerken daarbij kritisch tegen het licht gehouden. Van het gangbare positieve beeld van het ANC blijft niets over. ‘Het ANC voerde welbewust een volksoorlog waarbij het zich door communistische regimes liet inspireren en via een geweldscyclus het land onbestuurbaar probeerde te maken.’ Aanhangers van gematigder verzetsbewegingen werden geïntimideerd en op grote schaal vermoord. De Nederlandse kerken kozen blind voor de koers van het ANC. Actiegroep Kairos is daar een voorbeeld van. En ‘op het hoogtepunt van de volksoorlog geeft het Kairos-document een theologische legitimering van de gewapende strijd door de Zuid-Afrikaanse staat te identificeren met de duivel en verzoening tegen gerechtigheid uit te spelen’. Tot zover Prosman.

Wat hij schrijft heeft me om meerdere redenen verbijsterd.

  1. Allereerst wordt met geen woord gerept over de context waarbinnen het verzet van het ANC plaatsvond. Die context wordt gevormd door de apartheidsideologie van de Zuid-Afrikaanse staat. Die overheid vaardigde rassenwetten uit die de zwarte Zuid-Afrikanen de meest basale rechten ontzegde. Wie zich verzette kreeg te maken met repressie en geweld. Tallozen verdwenen, werden gearresteerd, gemarteld, gedood.
  2. Onvermeld blijft ook dat het verzet van het ANC in 1912 geweldloos begon en decennialang geweldloos bleef. Dit vreedzame protest leverde ANC-leider Albert Luthuli de Nobelprijs voor de vrede op maar vond bij overheid geen enkel gehoor. Er werd steeds harder en gewelddadiger opgetreden tegen critici van het apartheidsregime. Een dieptepunt was het bloedbad van Sharpeville (1960): tijdens een vreedzame betoging schoot de politie 69 mensen dood.
  3. De mening van Bosma dat het ANC niet primair streed tegen het apartheidsregime, maar tegen gematigde partijen als Inkatha en AZAPO neemt Prosman klakkeloos over. Hoe hij AZAPO gematigd kan noemen is een raadsel. Juist deze organisatie was op marxistisch-leninistische leest geschoeid, liet zich inspireren door ‘Black Consciousness’, had een gewapende vleugel en kreeg militaire trainingen in o.a. China.
  4. Prosman stelt dat de Inkatha Vrijheidspartij (IFP) van Buthelezi aanmerkelijk meer steun onder de bevolking had dan het ANC. Onvermeld blijft dat het ANC een verboden organisatie was en steun aan die organisatie zwaar bestraft werd. Tegen aanhangers van Inkatha werd volgens Prosman door het ANC hard opgetreden. Het niet geringe geweld van Inkatha-aanhangers blijft onvermeld. De groeiende invloed van het ANC was volgens Prosman grotendeels gebaseerd op geweld en intimidatie. Als dit juist is, is het onverklaarbaar dat bij de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika het ANC de absolute meerderheid haalde. Kwalijk is dat Prosman stelt dat de halsbandmoorden door het ANC gebruikt en gesanctioneerd werden. De top van het ANC distantieerde zich van deze gruwelijke volksgerichten.
  5. De strijd tegen apartheid van het ANC had de instemming en steun van Werkgroep Kairos, dat klopt. De voorstelling dat het ANC als de enige geloofwaardige vertegenwoordiging van het Zuid-Afrikaanse volk werd gezien, miskent de vele contacten vanuit de Nederlandse kerken met zusterkerken, christelijke organisaties, vakbonden en talrijke andere organisaties in Zuid-Afrika. Zo ontstond de Werkgroep Kairos uit contacten met het Christelijk Instituut van ds. Beyers Naudé. Zoals bekend keerde deze binnen de geheime Broederbond invloedrijke predikant zich uiteindelijk tegen apartheid. Prompt werd hij door zijn NG-kerk uit het ambt gezet. Het apartheidsregime strafte hem met een banning-order van zeven jaar. Het Christelijk Instituut, een multiraciale organisatie, die de eenheid onder christenen in Zuid-Afrika wilde bevorderen en daarom gescheidenheid op grond van ras verwierp, werd verboden.
  6. Prosman noemt het Kairosdocument ‘de theologische verantwoording van de gewapende strijd’. ‘Verzoening wordt hier tegen gerechtigheid uitgespeeld’. Daarmee neemt hij de kritiek op het document van aanhangers van de apartheid klakkeloos over. Het is een grove vertekening van de geest en inhoud van het Kairosdocument. Daarin wordt gepleit voor het bijeenhouden (en juist niet tegen elkaar uitspelen) van verzoening en gerechtigheid. Het Kairosdocument richt zich tegen wat Bonhoeffer ‘goedkope genade’ noemde. Verzoening als bij voorbaat zand erover, vrede zonder onrecht te benoemen, de mantel der liefde niet als laatste, maar als eerste reactie en zo dekmantel voor onrecht, vergeving zonder inkeer en berouw, ‘want waar twee kijven hebben twee schuld’. Het is verzoening als ‘de grote witwasserij’ (Camus). Het is de voluit Bijbelse opvatting van verzoening die uit het Kairos-document spreekt. De Waarheids- en Verzoeningscommissie die na afschaffing van de apartheid in het leven werd geroepen, handelde vanuit dezelfde gedachte en geest. Als de waarheid toegedekt wordt, kan van echte verzoening nooit sprake zijn.
  7. Inderdaad spreekt het Kairosdocument over geweld als middel van verzet. Het doet dat in 1985, na bijna veertig jaar (!) apartheid, repressie en geweld van de kant van de staat. Het hekelt de gedachte dat het systematische door rassenwetten gelegitimeerde geweld van de overheid van eenzelfde orde is als het geweld van wie zich tegen deze staatsterreur verzet. Met die gedachte begeeft men zich op glad ijs. Dat beseffen de opstellers zelf ook. Zij schrijven: ‘This is not to say that any use of force at any time by people who are oppressed is permissible simply because they are struggling for their liberation. There have been acts of killing and maiming that no Christian would want to approve of.’ Het is een nuance die volkomen aan Prosman voorbijgaat. De opstellers van het Kairosdocument doen na jarenlang vruchteloos geweldloos verzet dezelfde keuze als Bonhoeffer, die tenslotte zijn pacifisme losliet en besloot mee te werken aan een aanslag op Hitler.
  8. De identificatie van het totalitaire regime van Zuid-Afrika met de duivel is riskant. Maar is die identificatie in dit concrete geval ongerechtvaardigd en verwerpelijk? Na de oorlog hield een Nederlandse theoloog een preek met de titel ‘Gods vijanden vergaan’. Gevaarlijk, riskant deze identificatie van Gods vijanden met een concreet totalitair regime. Maar te allen tijden verwerpelijk? Wie dat vindt, hoeft zich met de context waarin dit gezegd wordt niet meer bezig te houden. Dat is precies wat Prosman doet. Zijn betoog laat zich vergelijken met iemand die de rol van het Nederlands verzet in bezettingstijd kritisch tegen het licht wil houden. Hij merkt op dat er mensen waren die in trainingskampen in Engeland voorbereid werden voor gewapende acties in Nederland. Tot dat geweld gingen zij na terugkeer prompt over: gewapende overvallen op distributiekantoren, liquidaties van wat zij collaborateurs noemden. De onderzoeker laat onvermeld dat er in die tijd in Nederland een regime aan de macht was dat vanuit een racistische ideologie structureel en excessief geweld gebruikte tegen Joden en andere etnische groepen en ieder die zich, vreedzaam of niet, tegen het regime verzette. Resultaat is een zeer vertekend beeld van wat er speelde, al constateert de onderzoeker terecht dat het verzet moorden en misdaden pleegde die zich niet altijd laten rechtvaardigen.

Dat geldt ongetwijfeld ook van het ANC in de strijd tegen apartheid. Dat onrecht moet aan het licht gebracht en aan de kaak gesteld worden. Om die reden moest ook Winnie Mandela zich tegenover de Waarheid- en Verzoeningscommissie verantwoorden. Geen verzoening zonder waarheid, geen vrede zonder gerechtigheid. Dat het in de strijd tegen apartheid om de samenhang van die twee ging mis ik in het boek van Bosma en de bespreking van Prosman. De visie dat die goede strijd bij het ANC tot totalitair geweld leidde, verdoezelt en verbloemt het totalitaire karakter van de apartheid waartegen de strijd gericht was. Een ‘goede aanzet om de samenhang van solidariteit en terreur te erkennen’ kan het boek van PVV-ideoloog Bosma onmogelijk genoemd worden.

Jilles de Klerk

Dr J.M. de Klerk is predikant van de Protestantse Gemeente in Wassenaar