Een nieuw Europa

logoIdW

 

Dogmatiek is politiek, en politiek is dogmatiek. Daarmee citeer ik niet een cynische commentator die twijfelt over een mogelijke vernieuwing van het politieke bestel, of een theoloog die nog een beetje leeft in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Nee, het is een stelling die ik zelf durf te verdedigen, al zinspelend op Barths beroemde tekst over dogmatiek als ethiek (KD I/2, §22.3). Sta mij toe dat kort toe te lichten.

Ondanks dat de beurskoersen ons iets anders wilden laten geloven, koos de krappe meerderheid van het Britse volk voor uittreding uit de Europese Unie – al zijn de spijtbetuigingen daarvoor niet meer te tellen. Ook in andere lidstaten klinkt de roep om referenda. In de laatste week van juni blikken de Europese regeringsleiders vooruit op een EU zonder het Verenigd Koninkrijk. Het klinkt: “Het gaat niet om meer of minder Europa, maar om een ander Europa”. De EU is te groot op de kleine dingen, en te klein in de grote vragen. Op een andere manier over Europa spreken, dat is wat de politici willen. Anders spreken over het bestaan van een natiestaat binnen een supranationaal verband als de EU. Niet alleen omdat een andere taal in zichzelf goed is, maar ook omdat de afstand tussen de EU en de bewoners van het Avondland steeds groter lijkt te worden. At Polhuis stelt een nieuw schema voor om in de politiek een positie te bepalen. Zijn voorstel is een spectrum waarbij internationalisering de ene pool is, en nationale afbakening de ander. Hij hoopt dat het ertoe leidt dat we offensiever over de Europese zaak durven spreken (IdW 45/7). En daar hebben theologen, of preciezer nog: dogmatici, iets aan bij te dragen.

In zijn beroemde werk Politische Theologie stelt Carl Schmitt dat alle belangrijke begrippen om over de natiestaat te spreken geseculariseerde theologische concepten zijn, niet enkel vanwege historische wortels maar ook vanwege de systematiek van hun structuur. Rechtsfilosofen en politicologen putten echter voornamelijk uit bronnen van vóór Schmitt, die dit schrijft in de eerste helft van de jaren ’20 van de vorige eeuw. Kan het zijn dat juist de theologie van voor dat moment zich nu wreekt? Dat de theologie die ons denken over soevereiniteit bepaalt nu tekort schiet? Dat die taal, de grammatica om over almacht (van God en van de staatkundige wetgever) te spreken, niet meer toereikend is voor de hedendaagse mens? Hebben we behoefte aan nieuwe theologie om meer dynamisch te kunnen denken over de soevereine natiestaat binnen de EU, zoals we ook anders spreken over Gods onveranderlijkheid en de menselijke vrijheid? Ik denk van wel. Onze Europese crisis, nog eens onderstreept door het Britse referendum, vraagt iets van theologen. Niet dat we theologisch reflecteren op wat we zien gebeuren. Nee, het vraagt om theologen die als moderne mensen dogmatiek gaan bedrijven. Theologisch over God spreken, en niet bang zijn om dat vervolgens waarlijk en actief te seculariseren. Dogmatici, verenigt u, voor een nieuw Europa!

Ruben van de Belt