Twee zeilschepen

logoIdW

TWEE ZEILSCHEPEN IN 1628

Op 10 augustus 1628 voer op de rede van Stockholm het nieuwste oorlogsschip de ‘Wasa’ uit. Het was een prachtige Zondagmiddag, heel Stockholm was uitgelopen. Haar afmetingen waren buitensporig: lengte over alles 69 m, breedte 11,7 m, diepgang 4,8 m, hoogte achterschip 19,3 m, hoogte hoofdmast 52,5 m, waterverplaatsing 1210 ton. Reeds tijdens de bouw maakten velen bezwaren tegen de topzware constructie: het schip zou in volle zee zeker kapseizen. Maar de koning Gustaaf Wasa had beslist dat het zo moest zijn. De scheepsbouwer had op eigen initiatief de romp nog een voet wijder gemaakt dan in het bestek. De medestanders van het besluit des Konings voerden nog een omgekeerde Titanic-redenering aan: “Als het Gods wil is dat het zal zeilen, dan zal het zeilen ook zonder ballast.”

De somberste voorspellingen werden bewaarheid. Bij een matige wind helde het schip over; als de blixem werden de schoten van de topzeilen gevierd. Het schip helde opnieuw over. Nu geraakten de schutspoorten onder water. Het schip zonk ter plekke. Hier had men toch wel kunnen citeren uit de Lofzang van Maria: “Härskare har han stšrtat fran deras troner”, maar niets daarvan.

Na eeuwen heeft men de grootste miskleun van de scheepsbouw weer naar boven gehaald als Nationale Trots. Het staat daar nu mooi en dom te zijn. Lieve lezer, ga daar niet heen.

Op 6 januari 1628 voer het schip ‘Vianen’, groot 400 ton, schipper Gerrit de Wit, uit van de rede van Batavia. Vanwege rankheid keerde het terug om opnieuw te worden gestouwd. We vermoeden dat de Koopman, hoogste in rang, het te topzwaar had beladen. De Schipper, direct daaronder, maar verantwoordelijk voor de navigatie, wist hem te overtuigen.

Men zegt altijd: de koopman en de dominee bestuurden de VOC. Niets is minder waar. Er waren nauwelijks dominees te vinden voor het riskante werk overzee, hoewel hun gage gelijk stond aan dat van de koopman. Uit de notulen van de Classis extraordinarius Middelburg donderdag 13 februari 1620: “Is alhier gelesen een brieff geschreven uit Oost-Indiën van den gouverneur-generaal Pieter Coene, inhoudende een beclagh over het gebreck van vrome godtsalige kerckedienaren aldaer, versoeckende in ’t toecomende met goede godtsalige dienaren meer voorsien te werden als tot nogh toe, waerover oock een gravamen gestelt is onder de articulen van de volgende synode provinciael, ende sal hierinne gevolght werden het advijs derselffve.”

Goed dan, het schip ‘Vianen’ zeilt na een goede week weer uit en zal veilig in Patria aankomen. Tijdens het zware stuwadoorswerk hebben de dokwerkers de Aanroepingen van de Naam overgenomen van de Hollanders. Nog heden bezigt men te Djakarta de uitroep Hotperdom. Is er toch nog iets blijven hangen.

Tot slot: beide schepen staan model voor die wisselvallige en begeerde tijdsbesteding die de naam Staatskunde draagt. U hebt al gekozen.

C. Balk

C. Balk is hervormd emeritus predikant te Tholen