‘Als het tijd is, dan ga ik’

logo-idW-oud

 

‘ALS HET TIJD IS, DAN GA IK’

De oude dame had een buitengewoon lief gezicht. Ze glimlachte altijd. Stil zat ze in de huiskamer op de zie-ken-afdeling bij het raam, haar lange handen in elkaar op schoot. Haar hoofd was bijna geheel kaal, op enkele spriet-jes na die aan de achterkant bijeen waren gebonden. Door een lichte beroerte had ze haar haar verloren. Soms had ze een doekje om haar hoofd, niet om de kaalheid te bedekken, maar tegen de kou. Ze schaam-de zich niet voor haar kale hoofd. ‘De mensen zijn eraan gewend’, zei ze, en zelf was ze er ook aan gewend.

In haar goede jaren had ze veel gehaakt. Ook in het verzor-gingshuis was ze nog jaren bezig geweest. Ze haakte poppenjur-ken en damestassen. Ze vertelde dat ze daar als kind al van hield. Ze klom destijds soms in een boom om daar op haar gemak en ongestoord te gaan zitten haken.

Ze hield ook veel van dansen. Op de verjaardag van de direc-trice van het tehuis heb ik haar eens zien walsen. Ze was als kind erg muzikaal, als klein meisje van zes jaar had ze al vóór moeten dansen, zei ze. Helaas was er geen geld geweest om een piano te kopen.

Nu kon ze niets meer. Ze had een lichte tremor van haar hoofd en handen. Verbaasd keek ze naar wat ze zelf ‘het bewegen’ noemde. Zij was een wijze vrouw. Eens heb ik haar tegen een ander, die boos was omdat ze haar sleutel niet vinden kon, horen zeggen: ‘Je moet je niet ziek laten maken door de din-gen.’
Ze was blij als iemand een praatje kwam maken: ‘Anders zit je maar naar buiten te koekeloeren.’

Vaak liep ze de gang op en neer. Soms ging ze op bezoek bij een van de dames die ze van vroeger kende: ‘Om de verhalen van vroeger op te halen.’

Ze had veel mededogen en begrip voor anderen. Over het verzor-gingstehuis zei ze: ‘Het is hier goed. Ik ontmoet hier alleen maar vriendschap.’

‘Daar zit u te zitten’, zei ik een keer tegen de dames die bij elkaar in de huiskamer van de ziekenafdeling zaten. Deze mevrouw antwoordde: ‘Ja, wij zitten allemaal te wachten’. ‘Waarop wacht u dan?’ vroeg ik. Ik dacht dat ze zou zeggen: ‘Op het eten’, maar ze zei: ‘Op de dood natuurlijk, maar met een prettig gemoed. Ik ben niet bang voor de dood. Als het tijd is, dan ga ik.’

Toen het haar tijd was is zij gegaan. Velen hebben om haar getreurd.

Laura Reedijk-Boersma