Een schitterende zoon (Hebr. 2: 14)

logo-idW-oud

 

EEN SCHITTERENDE ZOON

De geboorte van Jezus in een stal is uitzonderlijk, maar niet zo uitzonderlijk dat we het daar ruim 2000 jaar later nog over moeten hebben. Na deze geboorte zijn er in onze wereld nog vele kinderen onder ongebruikelijke omstandigheden geboren, tot op de dag van vandaag toe. Deze geboorte zou allang in de geschiedenis verdwenen zijn als er niet tegelijk sprake was geweest van het oogverblindende licht. Dat licht is tot op de dag vandaag nog te zien voor wie het zien wil.

De schrijver van de Hebreeën brief vat de verkondiging van Kerst in één zin samen: Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood (Heb. 2:14).

De Zoon is mens geworden. In de Zoon schittert de luister van God. Hij is evenbeeld en medeschepper van de aarde. Deze schitterende Zoon is mens geworden, een mens van vlees en bloed. In Jezus is Hij in ons midden. Hij is één met ons geworden, één met zijn broeders en zusters. Om die beweging gaat het met Kerst. Hij komt van alzo hoog, van alzo veer. Hij is het teken dat de hoge God met ons begaan is.

Over ons wordt op bijzondere wijze gesproken. Wij zijn mensen van vlees en bloed, jazeker, maar we zijn ook kinderen, Zijn kinderen. We hebben dezelfde oorsprong als de Zoon. Daarom schaamt Hij zich niet ons zo te noemen. Wie dat hoort, kan zijn oren niet geloven. Wie acht slaat op zijn eigen daden en wie om zich heen in de wereld kijkt, zou niet op die gedachte komen. Wie wij zijn, wordt niet meer geweten; kan vanuit onszelf niet meer geweten worden. Onderworpen aan de angst voor de dood, zijn wij, levenslang. We kunnen ons er niet aan onttrekken, ook al denken we dat geregeld.

Hij is met ons lot begaan. Daarom wordt Hij mens, één van ons. In deze schitterende Zoon zien wij als mensen onze oorsprong en onze bestemming. Zo zijn wij in de ogen van de Here God. Dat licht gaat over ons op met Kerst. Niet de zonde en de dood zijn onze toekomst, maar Zijn licht en Zijn leven. In Zijn schitterende luister schitteren wij mee. Kinderen Gods zijn wij, broeders en zusters van de Zoon.

Dat licht gaat over ons op in de Kerstnacht. Het is kennis die niet uit onze eigen ervaring opkomt. Het is wel kennis, die ons het leven anders doet ervaren. We leven met toekomst. We zien de ander en ook onszelf telkens met verwachting aan. We begroeten elke goede daad met vreugde. Want heden is ons, is u en mij de Redder geboren. Hij is de de Heer, die definitief afrekent met de heerser over de dood.

At Polhuis