
De scheppingsleer van Karl Barth is het derde deel van zijn hoofdwerk: de Kirchliche Dogmatik. Het bestaat uit vier delen.
| III/1 |
Het scheppingswerk |
| III/2 |
Het schepsel |
| III/3 |
De Schepper en zijn schepsel |
| III//4 |
Het gebod van God de Schepper |
In 1951 gaf Prof dr A.F.N. Lekkerkerker een door Elisabeth Gutteling vertaald fragment uit uit KD III.3. Het gaat om de pagina's 301-326, waarin Barth spreekt over het gebed. De vertaling verscheen als deel in de serie 'Onze tijd' , uitgegeven door Callenbach in Nijkerk. Het boekje is antequarisch nog te verkrijgen.
Voor het woord vooraf van Prof. Lekkerkerker
klik hier
Voor de tekst van het vertaalde fragement
klik hier
Over het probleem van het kwaad schreef Barth in KD III/3, par. 50 (S. 327-425)
E. van 't Slot schreef daarover een artikel in NTT van juli 2004: Karl Barth over das Nichtige.
klik hier
Zie ook Nel van Doorn, De gave schepping en het rauwe kwaad, 2003.
klik hier
In 1956 vertaalde ds J.J. Poort een fragment uit III/4. Hij deed dat in een brochure die uitgegeven werd door de Nederlandse Vereniging tot bescherming van dieren. Dit fragment treft u hier aan.
K. H. Miskotte besprak de delen van KD III na verschijning in In de Waagschaal.