Zo maar wat (Solidaire kritiek)

logo-idW-oud

ZOMAAR WAT – Solidaire kritiek

Kritiek op Israël vanuit Europa krijgt al gauw iets ‘hypo-kriets’, in de letterlijke zin van ondermaatse kritiek of meer figuurlijk van iets schijnheiligs, als daarin Israël op een a-historische wijze de morele maat wordt genomen. Er is een kritiek die niet beseft of wil beseffen wat er in de loop der eeuwen en in het bijzonder in WO II vanuit Europa de Joden is aangedaan en wat de stichting van de staat motiveerde. Als Europeanen staan we tegenover de joden diep in de schuld. Wie dat niet erkent en verdisconteert in zijn attitude onthoude zich liever van enig kritisch woord in de richting van Israël. Op mijn bijval althans hoeft zo iemand niet te rekenen. Ik ben dan geneigd obstinaat te zeggen: Liever tien keer ongelijk met de onkritische Israël-aanhangers dan één maal gelijk met de niet-solidaire, zich van geen schuld bewuste kriticasters.

Maar er moet een (smalle) tussenweg zijn. ‘Tertium datur’. Niet in de laatste plaats terwille van land en volk van Israël kan -of moet men zelfs- de Israëlische politiek eerlijk en kritisch beoordelen. Want kritiek is geen integrale afkeuring, ook al gaat het gebruik van dat woord in die richting. Beoordeling wordt dan veroordeling of wordt als zodanig opgevat. Maar onze erkende schuld mag ons niet monddood maken, al zullen we er mee moeten rekenen dat we vanuit Israël door ons verleden gegijzeld worden. Dat mag nochtans geen reden om er het zwijgen toe te doen of wanbeleid of wandaden van Israël door de vingers te zien. Het risico als anti-israëlisch of nog erger als antisemitisch te boek te staan is niet te ontlopen.

Nu wil in de beschaafde wereld wel niemand als ‘antisemitisch’ te boek staan. Het is dan ook hoogst kwalijk kritiek op Israël als een nieuwe vorm van antisemitisme te brandmerken. Dat gaat eenvoudig niet aan en dat verziekt het klimaat waar Israël ter sprake komt. Aan de andere kant zullen we niet moeten onderschatten, maar liever onderkennen, hoeveel Israël- en jodenhaat er schuilgaat onder de orkaan van kritiek die er soms opsteekt vanuit de Arabische wereld en ook vanuit de VN. Ook daar zou ik me van willen distantiëren. Hier niet meehuilen met de wolven in het bos. Alleen duidelijk solidaire kritiek heeft enige kans in Israël gehoord te worden. Enige kans, want men luistert er niet of nauwelijks naar Europa waardoor het zich op zijn minst in de steek gelaten voelt. En dat was natuurlijk ook zo.

Wellicht doen we er goed aan als Europeanen en ook als mensen van de kerk aansluiting te zoeken bij kritische Joodse stemmen, die er bepaald ook zijn binnen en buiten Israël. De politiek van Israël is zeker niet gebaat bij onkritische bijval of het verzwijgen van misstanden. Te denken is daarbij aan het onproportionele geweld gepleegd ten opzichte van de Palestijnen, aan de gevallen van oorlogsmisdadigheid. Ook aan de verborgen oogmerken van de Sharon-politiek bij voorbeeld in de ontruiming van de bezette gebieden. De dingen moeten hier bij de naam genoemd worden in plaats van met de mantel der liefde bedekt.

Bedenkelijk is ook wat de atoomgeleerde Mordechai Vanunu wordt aangedaan. Hij heeft het geheime kernwapenprogramma van Israël destijds wereldkundig gemaakt en zat daarvoor een gevangenisstraf van 18 jaar uit, waarvan 13 jaar eenzame opsluiting. Een fikse straf, zou ik denken. Vorig jaar kwam hij vrij, zij het met strenge restricties wat zijn vrijheid van spreken en bewegen betreft. Nu wordt hij opnieuw aangeklaagd en waarschijnlijk veroordeeld ‘wegens het overschrijden van zijn beperkingen’, lees ik in De Brug van juni 2005. Op zulke zaken moet niet alleen de aandacht worden gevestigd, maar daartegen moet bepaald ook protest worden aangetekend of dienen er minstens indringende vragen gesteld te worden. Bepaald ook vanuit de kerken. Wezenlijke verbondenheid met Israël sluit zulks niet uit, maar eerder in. Door Israël op zulke punten kritiekloos zijn gang te laten gaan bewijzen we dit volk geen goede dienst. Het verliest aan geloofwaardigheid en wat er nog rest van zijn goede naam in kringen van het Westen.

Allang zie ik uit naar een atmosfeer van vrijheid en deemoed, in één woord van vrijmoedigheid, waarin het politieke beleid van Israël zakelijk en zonder al te storende emoties besproken en beoordeeld kan worden en Israël op zijn verantwoordelijkheid wordt aangesproken. De jongste generatie zou er misschien toe in staat zijn. Maar dan moet de geschiedenis van Israël en de europese betrokkenheid daarbij wel in de rekening worden opgenomen.

Met moralisme bereiken we niets. We zitten samen in de zondaarsbank. Dat is het eerste, maar zeker niet het laatste. Ook in onze relatie tot Israël.

Rens Kopmels