Inny Visser verbi divini minister

logoIdW

 

Oud-redacteur In de Waagschaal, overleden 15 juni 2015

 

Wie over Inny Visser gaat schrijven komt in verlegenheid want Inny ontmoeten betekende met haar praten. Zij was je meestal vóór, zij begon met hoe blij ze was je te zien en te spreken en ze vertelde meteen wat ze laatst had gelezen, wie ze had ontmoet en ook waar ze zich erg over opwond. Het was nooit allemaal zonneschijn, er waren voortdurend wolken die het licht dreigden weg te nemen, die moesten worden verjaagd met dappere woorden van tegenspraak. Wat haar betreft, het kwam op het woord aan, het juiste woord op de juiste plaats, niet eenvoudig, een kostbare zaak. Het ging om mensen van allerlei rang en stand, niemand te hoog of te laag. In de kerkdienst op zondagmorgen bad ze voor diegenen die depressief waren, ze werden in het volle licht gezet, ze wist er alles van. Naar mannen en vrouwen op missies in gevaarlijke gebieden moest Gods barmhartigheid in het bijzonder uitgaan. Wij en de wereld kwamen van alles te kort en dat werd serieus genomen, al door de profeten, door Jezus Christus en nu ook in de prediking van het evangelie, in alle diensten waarin Ds I.C. Visser-Schroot voorging. Je merkte het direct, hier werd wat God te zeggen had en wat er omging in de huizen en op straat doorleefd, zij was er met huid en haar bij betrokken en de hoorders dus ook. Ze kwamen in grote getale opzetten in heel de randstad. Toen ze met preken moest ophouden zei ze: ik mis de mensen en de gesprekken na afloop, heerlijk om met iedereen te praten, en nu zie ik ze niet meer. Ook vanwege haar warme persoonlijkheid wilden velen nog wat zeggen en iets vragen. Van de vele talenten buiten de kansel om en daar op een of andere manier toch mee samenhangend moet zeker genoemd worden die van toneelspelen en cabaret, ze deed mee in een musical en zong voor de NCRV-microfoon liedjes als ‘Wat heerlijk om een vrouw te zijn’ en ‘Pianoles’ (een jongen en een meisje passeren elkaar op de trap bij het wisselen van de les, hij vond haar heel spannend, zij zag hem over het hoofd). Ze deed dat vanuit het werk van de Centrale Hervormde Jeugdraad in Rotterdam. In de zomerkampen schreef ze rake en zeer humoristische stukjes in de kampkrant. Van deze trant van schrijven hebben de lezers van In de Waagschaal genoten, de onderwerpen waren nu serieus en theologisch maar met een zelfde sprankeling door trokken. Ook hier was het de verbazing over wat haar was overkomen in woord en daad. Jaren lang gaf ze godsdienstles aan middelbare scholieren, hoorden hun vragen en groeide daaraan, ze leerde de kunst om dingen eenvoudig uit te leggen en toch meerduidig. Van 1989 tot 2005 maakte ze deel uit van onze redactie. Wanneer ze iets had gelezen wat de moeit waard was – vaak Franse literatuur – wilde ze dat graag vertellen, we moesten het perse lezen. Zo ook de biografie van Michael Ignatieff over Isaiah Berlin (1905-1997). In twee bijdragen trekt het hele leven van Berlin aan ons voorbij in al zijn hoogte- en dieptepunten. “Iganatieff heeft een knap en kostelijk boek geschreven over een man die hij in zijn laatste levensjaren goed gekend heeft, een boeiend mens met grote gaven en grote zwakheden, kortom een mens.” Hoezeer is ze gevormd door de literatuur en niet alleen de theologische. Vele jaren sprak zij boeken in voor de blinden-bibliotheek: “Zij hebben recht op iemand die het goed voorleest en begrijpt, want dat hoor je onmiddellijk.” Ze trouwde Jan Visser, predikant voor het Jeugdkerkewerk in Den Haag; stapels middelbare scholieren liepen bij de Vissers en hun drie zonen in en uit, daarna Loosduinen met de pastorie aan de kerk vastgebouwd, zelfde laken en pak, tenslotte Wassenaar; daar werd zij door twee landelijk bekende Gereformeerden neergezet op een Gereformeerde predikantsplaats naast Jan. Iedereen blij, Inny incluis. Twee mannen hebben haar theologisch de weg gewezen, Miskotte die ze van dichtbij leerde kennen en Berkhof. Ze volgde een decennium lang studieweken op Hydepark over de boeken van Miskotte en ging vanuit Den Haag naar het wekelijkse postacademiaal college van Berkhof in Leiden. Maar er is eigenlijk nog een derde: haar vader. Over hem schreef ze in In de Waagschaal: “Vader was een selfmade man, hij klom in een gerenommeerd Rotterdams handelshuis op van jongste bediende tot een van de directeuren. Zijn hobby was de theologie en de kerk had zijn onvoorwaardelijke toewijding. Hij las In de Waagschaal en dus ook Miskotte, Noordmans en Buskes, en dan ook Kierkegaard en Augustinus.(…) Wat ik heb ‘meegenomen’ was zijn verwondering en het plezier waarmee hij met deze grote mannen bezig was. In Wassenaar maakte Inny met de dichter J.W. Schulte Nordholt een wekelijkse wandeling door de duinen. Hij vroeg haar wat ze dacht over de onbegrijpelijke verborgenheid van God in deze barre tijden: Nou, het is je vak, leg het eens uit waarom jij er nog in gelooft! “Ik begon natuurlijk toch dapper te zoeken naar een theodicee, een verdediging van God, maar dat haalde hij allemaal onderuit tot ik min of meer vertwijfeld riep (midden in de Bierlap of de Kijfhoek): Ik wil het gewoon geloven en trouwens ik kan het niet laten. Korte tijd later vroeg hij me te zijner tijd deze afscheidsdienst te leiden. Ik beschouwde het (toen nog argeloos) als een opwaardering, heel kostbaar, van een machteloosheid, die hij kennelijk essentieel vond in een geloof.” Dat was in 1995, twintig jaar geleden. Maar het geheim dat Inny hier prijs geeft blijft onverkort voor ons staan even tastbaar als zij zelf was. De tekst van deze dienst werd integraal in In de Waagschaal opgenomen. Inny was een persoonlijkheid, is dat geworden, ze preekte ook tegen zichzelf in, dat werd herkend, hier was een begenadigd mensenkind aan het woord. Zeer velen hebben van haar gehouden.

Bij haar eigen heengaan vatten haar zonen heel haar leven samen en schreven onder haar naam in de overlijdensannonce: “een bron van geloof, hoop en liefde”. Een menigte begeleidde Inny na de dankdienst in de Dorpskerk in Wassenaar naar het kerkhof. Zij werd drieëntachtig jaar oud; zij wacht haar opstanding naast Jan.

Lowik Schoch