Basic over Biezeveld

logo-idW-oud

 

BASIC OVER BIEZEVELD

Het valt niet iedereen mee door te dringen in het boek dat de vorig jaar overleden theoloog Kune Biezeveld, Als scherven spreken, naliet. Reinier Beltman, Kune’s echtgenoot, vroeg Gerrit de Kruijf voor familie en belangstellenden haar betoog zo basaal mogelijk uit de doeken te doen.

Vanavond wil ik graag het beeld schetsen, dat ik van Biezevelds testament heb. Ik heb dat opgeschreven uit het hoofd en uit het hart, zonder het boek te citeren of samen te vatten. Het gaat erom, dat haar boek zo dichtbij komt als maar mogelijk is. U bent niet al te vertrouwd met de theologie, maar als ik nu probeer te zeggen hoe ik haar boek paraat heb, ook als het in de kast staat, dan komen we misschien op dezelfde golflengte.

Een opmerking vooraf: als Kune vroeg of ik haar begreep en ik reageerde daarop, verbeterde ze me meestal en voegde er dan aan toe, dat ik haar toch goed begrepen had. Dus: wat ik vanavond zeg, zal niet helemaal kloppen maar hopelijk wel in haar geest zijn. Ik spreek in de tegenwoordige tijd, niet om haar dood te negeren, maar om haar boodschap als actuele inbreng te kunnen bespreken.

1. Kune Biezeveld is heel creatief, heel vrij, heel kritisch, soms zo dat de traditie op haar grondvesten schudt – maar zij wil zich wel helemaal binnen het christendom blijven bewegen. Het is haar wereld, ze is erin opgevoed, ze voelt zich erin thuis, ze wil erbij horen, het is haar manier, haar taal om in God te geloven.

2. Het christendom heeft een normatief Godsbeeld. Niet alles wat over God gezegd wordt, is mooi meegenomen. Mozes, Jezus, Paulus vertellen en beelden uit hoe God gekend wil zijn. Er is een goede herder en er zijn religieuze dwaalsporen. Dat kenmerkt de hele christelijke traditie. Maar nu komt er iets belangrijks voor het verstaan van Biezeveld: in de twintigste eeuw is dat normatieve extra geaccentueerd rond de twee wereldoorlogen. Met een beroep op God en Jezus werden oorlogen en het nazisme gesanctioneerd. Dominees zegenden de wapenen. Toen ontstond een beweging die scherp ging onderscheiden tussen de ware God en de valse goden. Barth en Miskotte zijn de namen die in dat verband klinken. De belangrijkste geloofsvraag werd of wij onze religieuze gevoelens wel kritisch inspecteerden en goed begrepen dat Jezus meestal anders was dan wij ons voorstelden. Argwaan dus met betrekking tot ons geloof. Kune Biezeveld en ik zijn, evenals veel theologen van onze generatie, met die houding opgevoed. We hadden ook het gevoel op die manier aan de goede kant te staan. En we hadden een duidelijke taak: de gemeente in die kritische houding voor te gaan en te scholen.

3. Naarmate Biezeveld meer voeling kreeg met de feministische beweging, kreeg ze ook vragen bij dat sterke accent op de normativiteit in de christelijke traditie. Ze begon te denken: ja, die argwaan was heel belangrijk rond de wereldoorlogen, maar moet het in elke tijd belangrijk zijn? Gaat er niet iets onderdrukkends vanuit, dat misschien toch niet zo bij geloven in God past? Wat is dat eigenlijk, dat mensen er steeds maar op gewezen moet worden dat ze hun religieuze ervaring niet kunnen vertrouwen en zich helemaal op de bijbel moeten richten? En ze beperkte zich met die vraag al gauw niet tot Barth en Miskotte, maar ging zich ook afvragen hoe dat in de bijbel zelf eigenlijk werkt. Wat hebben de profeten niet allemaal afgewezen en vervloekt. (Dat zijn die Scherven.) Moeten we het daar zonder meer mee eens zijn? Ze ontdekte hoe juist vrouwelijke inbreng het in de traditie moest ontgelden en kwam tot de overtuiging dat daar toch andere factoren een rol bij speelden dan enkel het zuivere geloof.

4. Zo groeide bij Biezeveld de behoefte om vrijer met godsdienstige ervaring om te gaan. Ze noemde dat: God in het alledaagse leven. Wat gebeurt er als we mensen gewoon laten uitpraten over hun ervaringen en hoe God daar een rol in speelt? Misschien ontstaan er dan heel intense verbindingen met verhalen in de bijbel. Ze laat dat zelf zien aan haar omgang met het paasverhaal. Misschien hebben de levenservaringen zelf vaak een diepte die God oproept en die herkend kan worden in bijbelverhalen – natuurlijk ook in verhalen van andere godsdiensten, maar wij leven nu eenmaal in een christelijke context en dat is iets kostbaars, we hoeven echt niet meteen naar iets anders om te zien.

5. Kortom: de feministische beweging heeft haar de ogen geopend voor veel waardevols dat wij eigenlijk niet gewend waren toe te laten. Onlangs las ik een recensie van haar boek door een katholieke theoloog. Die zei dat het wel een heel protestantse probleemstelling is. Dat klopt. De katholieke theologie is minder kritisch, maar Biezeveld zou er niet minder vragen bij hebben; die zouden zich alleen meer op de kerk dan op God richten.

6. Zelf kom ik niet zo los van die kritische houding. Ik zie godsdienst nog steeds als óók iets gevaarlijks, omdat het in de sfeer van het absolute toontje werkt. Dus het is heel belangrijk te onderscheiden tussen goed en kwaad in het spreken over God. Daarom wilde Biezeveld enkele jaren geleden ook met mij disputeren over Miskotte. Ik heb toen gemerkt dat ik mij niet zo makkelijk van dat stuk laat brengen. Maar ik ben wel gaan zien, dat die argwaan ook de betekenis van het geloof in het leven van mensen kan ondergraven. Dat heeft ze mij voorgoed geleerd.

Gerrit de Kruijf