Is Grunberg ook onder de profeten?

logo-idW-oud

 

IS GRUNBERG OOK ONDER DE PROFETEN?

(De bloemlezing uit de bijbel van Arnon Grunberg)

Oldenzaal

Is Grunberg ook onder de profeten? Ja, zegt hij zelf. Dat wil zeggen: iedere schrijver ‘is altijd ook een profeet’. Geen ziener, schouwer van geheimenissen of voorspeller van de toekomst. ‘Met profeet bedoel ik een mens die bereid is naar Oldenzaal af te reizen om daar veertig vrouwen en twee mannen toe te spreken, over het eigen werk, en die na afloop van de lezing deemoedig de opbrengst van de collecte in ontvangst neemt. En dat alles in de ietwat tragische hoop drie boeken te verkopen, en dus drie zieltjes te winnen.’ (9)

Een profeet? Het zal wel projectie zijn, maar dit alles doet toch eerder denken aan een dominee. Een beroepsgelovige, betaald uit de collecte, hopend op drie zieltjes (Grunberg benoemt de schrijver/profeet met het wat merkwaardige ‘zieltjeswinnaar’). Grunberg als dominee – uiteraard: dienaar van het Woord, van de bijbel. Grunberg is misschien wel de reformatorische dominee bij uitstek. Want hoeveel dominees zijn er eigenlijk nog die het als hun roeping verstaan ‘lezers te winnen voor het heilige boek’ (10)? Dat beoogt Grunberg met ‘zijn bijbel’. Hij herkent zich in de ‘vissers van mensen’.

Democratisering, secularisering en liberalisering

Grunbergbijbel. Het doet denken aan de vroege reformatie, het begin van de boekdrukkunst, de eerste bijbelvertalingen in de volkstaal. Democratisering of popularisering van de Schrift. In de geschiedenis van de bijbel kan men de Grunbergbijbel gerust in die beweging plaatsen, ook al omdat de verschijning van de NBV als nieuwe vertaling in de volkstaal er de aanleiding voor is geweest. Het gaat tegen wat men bijbels analfabetisme of bijbelse ontlezing kan noemen. Maar hier is dat wel een seculiere, onkerkelijke bijbel, een cultuurbijbel. Puur literatuur.

Wat zou dat de kerken doen? Gaat dat iets betekenen? Ik bedoel: de religiositeit en spiritualiteit hebben de kerk al eerder goeddeels verlaten (al hoeft men daar misschien niet altijd rouwig om te zijn). Nu gaat de bijbel buiten de kerk steeds vaker open, zonder dogmatiek, zonder traditie en niet zelden ook zonder religie. Dat kon ook wel eens een nieuwe bevrijding van het Woord betekenen, een nieuwe viva vox.

Natuurlijk is niet alles wat zich als vrijheid aandient die naam waardig en waar liberalisering geschiedt zijn markt en kapitaal nooit ver weg. De NBV en de Grunbergbijbel zijn ook daarvan niet helemaal los te zien. Maar de gemeente die samenkomt rondom de Schriften kon zich met behulp van de Mammon op deze manier wel eens goede, nieuwe vrienden maken.

Canon

De Grunbergbijbel is een bloemlezing uit de NBV. Het is wat Arnon Grunberg ‘onontbeerlijk’ vindt, zijn ‘canon’, zoals hij zelf zegt, voorzien van summiere en sporadische verbindende en toelichtende teksten en voorafgegaan door een inleiding. Grunberg begint die inleiding meteen met allerlei bezwaren tegen zo’n bloemlezing. Selecteren, knippen en schrappen is zonder meer oneerbiedig. Maar dat geldt volgens Grunberg voor alle beroep op de bijbel: of het nu het seculiere bijbelgebruik van het humanisme is en de ‘judaeo-christelijke traditie’ of het religieuze van synagoge en kerk. Men selecteert – een canon in de canon, een midden van de Schrift – of voegt met verklaring en theologie feitelijk toe aan de bijbel. Wie leest de hele bijbel – zonder meer, sola scriptura? Dat deed Grunberg en eerlijk en eerbiedig als hij is als lezer en schrijver (soms op het onbarmhartige af), is hij daarbij God niet uit de weg gegaan. Het gaat hem daarbij niet om geloof maar om literaire kwaliteit: kan God als personage overtuigen? Niettemin klinkt zijn leidende vraag frappant theologisch: ‘Werd God, zoals critici dat gaarne in hun recensies afvragen, een mens van vlees en bloed?’ (17)

Schatplichtigheid

Dat Grunberg de bijbel ter hand neemt, is eigenlijk niet eens zo verrassend. Wat ik van hem gelezen heb is ontregelend, provocerend, zonder moraal, soms rauw en gewelddadig en plotseling weer teder, ontwapenend, liefdevol – zo extreem als de bijbel. Hij schrijft over mensen die elkaar het leven onmogelijk maken en mensen die hun leven geven. Men kan zijn werk daarom misschien wel ‘bijbels’ noemen. Grunberg herkent de bijbel: ‘Kortom, alles wat je van een goede roman mag verwachten vind je ook in de bijbel’. (10) Bovendien weet hij zich schatplichtig zozeer dat hij suggereert zonder de bijbel ‘niet volledig begrepen en gewaardeerd te kunnen worden.’ (9) Met alle ‘gruwelpraktijken’ kan het ‘de dagelijkse behoefte aan sadisme en perversiteit’ bevredigen: ‘Wie opgewonden wil raken kan dit boek openslaan.’ (11v.)

Eerbied en heiligheid

Maar dat betekent, aldus Grunberg, dat wie het boek als heilig beschouwd, het eigenlijk niet goed letterlijk kan nemen. Hier wordt Grunberg toch echt een dominee – een ouderwets strenge, met priesterlijke trekken. Lezen is heilig en letterlijkheid een gebod. Van kaft tot kaft. Je kan het ook profetisch noemen: hij klaagt de gemakzucht aan waarmee men in de geest bij de letter weg komt, de willekeur waarmee men kiest wat uitkomt – humanisme, mensenliefde, mensenrechten. Een terechte klacht natuurlijk en datzelfde geldt zijn eis: ‘eerbied’ voor de tekst, het hele boek.

Al heeft Grunberg hier gelijk, het is wel een beetje het burgerlijke gelijk van de typische dominee. Is het niet wat pedant om nota bene eerbied op te eisen voor de eigen (bloem)lezing? Is ‘eerbied’ niet ook typerend voor dat burgerlijke? Het klinkt toch bij uitstek aan tafel, voor het eten. ‘Eerbiedig!’. Dan ben je stil. En je bidt of leest een stukje. Is ‘eerbied’ niet ook typisch een NBV-woord? Het is geen vreze. Geen tremendum.

Twee revoluties

Grunbergs lezing is echter niet burgerlijk: de bijbel als boek van twee ‘revoluties’, twee ‘ongehoorde ideeën’: 1) dat er één God is, die één volk kiest en een wet geeft (‘weg met de afgoden’); 2) dat er een mensenzoon is, die zegt dat het niet om de wet gaat maar om geloof. Dit is Grunbergs ‘Lesefrucht’ en zijn omschrijvingen ervan bewijzen zijn alertheid, scherpzinnigheid en buitengewone betrokkenheid als lezer.

De inhoud van de bloemlezing is maar gedeeltelijk vanuit de genoemde ideeën te verklaren. De Grunbergbijbel bevat vooral verhalen (veel Genesis, vervolgens o.a. Bileam, Simson, Ester) en wijsheid (Prediker en Job). Uit het Nieuwe Testament koos Grunberg vooral Matteüs en wat Romeinen en 1 Korintiërs, voor het overige slechts enkele verzen. Men mist vooral veel profeten. Maar ook het offer van Isaäk (terwijl volgens de flaptekst ‘het offer Grunbergs ‘rode lijn’ zou zijn) en de Jabbok en de Eeuwige die Noach zoekt te doden. En men mist Hosea.

Onmogelijke liefde

Dat laatste is opmerkelijk omdat het als weinig andere teksten naadloos past in Grunbergs lezing. Want dwars door de twee revoluties heen vertelt de bijbel namelijk een liefdesverhaal: de onmogelijke liefde van God en zijn volk. Een ‘destructieve’ relatie waarvan je zou zeggen: ‘het is beter dat ze uit elkaar gaan. Het wordt niets meer tussen die twee.’ (14) Hij leest dat vrijwel vanaf het begin. Bij Exodus 25 (de tabernakel) tekent hij aan: ‘God wil bij zijn volk wonen en voor het eerst komt de verdenking op dat God dat volk veel meer nodig heeft dan andersom.’ (65) En zo ziet hij bij God dan ook vooral een ‘bijna onverzadigbare behoefte aan liefde.’ Daarom zijn zijn straffen ‘niet altijd even gunstig voor mensen’. ‘Hij is menselijk, veel menselijker dan ik had verwacht, en daardoor ook regelmatig gemankeerd, en gefrustreerd, zoals menselijke wezens nu eenmaal zijn.’ (14) En hij ziet de relatie verziekt worden door jaloezie en wantrouwen. Bij Openbaring 22 constateert hij nuchter: ‘Het einde der tijden. De liefde is mislukt.’ (290)

Hoe lees je?

Zo fascinerend Grunbergs lezing is, zo verwonderlijk is het toch ook hoe hij het in het NT juist helemaal ziet mislopen. Hoe lees je dat? Maar het NT is toch al ondoorzichtiger dan het OT: want hoe Jezus te plaatsen? Hij verstoort juist de rechtstreekse relatie tussen God en zijn volk. Grunberg wijst nadrukkelijk op de begrijpelijkheid: zelden moet men gissen naar de bedoeling. Hij kan terloops zelfs zonder meer het woord ‘bloedbruidegom’ (Ex. 4) laten vallen. Een literaire lezing is dan blijkbaar toch wel heel anders dan een ‘kerkelijke’ of ‘gelovige’.
Overzien we ook maar enigszins de rijkdom van de bijbel? Zou de kerk het aandurven zich helemaal aan de bijbel toe te vertrouwen om daar het Woord levend en nieuw te verstaan? Daartoe prikkelt en provoceert zo’n eigenzinnige, vrije – of door andere wetten en machten gebonden – lezing. En het schrijven van ‘bijbelse’ schrijvers niet minder.
Dus: ja, voor mijn part. Grunberg is onder de profeten.

Coen Constandse

Grunbergbijbel – Arnon Grunberg leest het Boek der Boeken, Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2005, 290 pp., ? 14,95; ISBN 90 253 1754 5