Tussen al het andere in – Rembrandt in romans


logo-idW-oud

 

TUSSEN AL HET ANDERE IN – Rembrandt in romans

Rembrandt, ‘reus in de geschiedenis van de kunst’, zoals de Encyclopaedia Britannica hem typeert, is vier eeuwen geleden geboren (15 juli 1606). Een veeltalige bibliotheek is over hem geschreven en deze bibliotheek breidt zich nog steeds uit. Rembrandt is zo beroemd dat hij ook figureert in romans. Ik noem een aantal. In 1931 verscheen van Theun de Vries de roman Rembrandt. De figuur van de schilder bleef hem boeien, zodat in 1972 Vijf verbeeldingen rondom Rembrandt van Rijn (verhalen) het licht zagen. De volksschrijver Jan Mens kwam in 1946 met Meester Rembrandt.

Recent verschenen ook buitenlandse romans met Rembrandt. In On Beauty van de Engelse schrijfster Zadie Smith, een roman die werd genomineerd voor de Bookerprijs van verleden jaar, is Howard Belsey een kenner van Rembrandt. Hij is bezig met een boek dat nooit zal afkomen en hij is overspelig. Deze kenner van Rembrandt heeft een opmerkelijke afkeer van de schilder, anders dan Monty Kipps die Rembrandt vereert. Mede vanwege Rembrandt verachten beide geleerden elkaar.

Van Sarah Emily Miano, een Amerikaanse en voormalig privé detective, zal binnenkort een roman over Rembrandt verschijnen. Over de inhoud is wel al wat bekend. Er treedt zoiets als een privé detective op. De jonge uitgever Peter Blaueu raakt bij een bezoek aan het atelier van Rembrandt in de ban van de grote schilder. Hij wil weten wat het geheim van de meester is. In de roman komen familieleden, vrienden, buren, modellen en beschermheren aan het woord. Onder hen zijn Spinoza en Jan Six.

Een historische thriller is Die Farbe Blau van de Duitser Jörg Kastner. Ik zag dat dit boek al in het Nederlands is vertaald en dan als titel heeft Het blauw van Rembrandt. De roman speelt in de maanden augustus en september van het jaar 1669, het sterfjaar van Rembrandt (4 oktober). De schrijver beschikt over een rijke fantasie en hij laat blauw de kleur van het kwaad zijn. Hij weet goed de weg in Amsterdam waar de Rozengracht dan nog echt een gracht heeft. Dronken valt Rembrandt daarin. In de nacht komt men heimelijk de Westerkerk binnen om te ontdekken dat in de kist niet Titus, de zoon van Rembrandt, ligt, maar het skelet van een dier. In het rasphuis aan de Heilige weg werkt aan het begin van de roman Cornelis Suythof, de hoofdpersoon. Hij is een poosje leerling geweest van Rembrandt. Er vallen vele doden en allerlei vallen worden voor Cornelis gezet. Cornelis wordt uit de vallen gered en eindigt zijn leven in Batavia met Cornelia, de dochter van Rembrandt en Hendrikje Stoffels.

In de proloog wordt de aanslag beschreven van Balthasar Gerards op Willem van Oranje. Bij zijn terechtstelling vervloekt Gerards alle calvinisten. ‘Nog binnen honderd jaren zal mijn vloek over jullie komen en over allen die in jullie godverlaten Nederland leven’. Je vraagt je af wat de zin is van deze proloog, maar in de loop van het verhaal wordt de reden duidelijk. Er blijkt een complot te zijn van ‘Gerardisten’, vereerders van Balthasar Gerards, die de republiek weer terug willen brengen in de schoot van de Roomse kerk en daarbij voor geen middel terugdeinzen. De samenzweerders worden ontmaskerd. En Rembrandt wordt niet rooms.

Michael Bource