Tussen al het andere in – 2001-11 september-2006

logo-idW-oud

 

TUSSEN AL HET ANDERE IN – 2001 – 11 september – 2006

Er zijn gebeurtenissen die ons bijblijven tot in lengte van dagen. Een dergelijke gebeurtenis vond plaats op 11 september 2001. Ik schreef erover in dit blad, in deze rubriek in het nummer van 29 september 2001. En ik was zeker niet de enige die erover schreef. Voortdurend worden we herinnerd aan wat er toen gebeurde door gesprekken, radio- en tv-uitzendingen, artikelen, boeken, zelfs romans, films en documentaires. In het stukje dat ik schreef op 14 of 15 september, veertien dagen voor de verschijning van nummer 13 van jaargang 30, had ik het over de gevolgen, de reacties, de commentaren van de deskundigen (‘in Nederland een eindeloze stoet’), en de herdenkingsdiensten, hier en elders, zowel in de Dom als in Westminster Abbey.

Mij waren toen ook kleine dingen opgevallen. ‘Vlak bij het puin van de neergestorte gebouwen zag ik een uithangbord, heen en weer bewogen door de wind, in de kleuren groen en rood met de woorden “Famous Pizza”. Daar hebben mensen die in de Twin Towers werkten (…) hun pizza gehaald.’ Dat uithangbord ben ik nergens in de afgelopen vijf jaar tegengekomen. Ik ben dus de enige met het uithangbord. Mij was toen ook opgevallen dat zo dikwijls het woord ‘oorlog’ werd gebruikt. Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury, maar toen nog aartsbisschop van Wales, was voor een conferentie in de VS en op 11 september was hij voor tv-opnamen vlak bij de Twin Towers. Driemaal dacht hij dat deze dag zijn laatste zou zijn. In een preek de volgende dag wees hij op de gevaren om op deze aanvallen te reageren in de taal van de oorlog. ‘Als we antwoorden op hun geweld in dezelfde taal van terreur en haat waarmee zij ons hebben aangesproken, dan zal dat enkel en alleen de conversatie in de gewelddadige taal voortzetten.’ En de gewelddadige woorden gaan gepaard met geweldsdaden. Later schreef Williams zijn reflecties over de gebeurtenissen in het boekje Writing in the Dust.

Volgens cijfers uit februari 2005 werden 2749 mensen uit 62 landen gedood bij de terreuraanslagen. Die aanslagen hebben de wereld geschokt maar, zo las ik ergens, zo goed als geen sporen nagelaten in het ‘godsdienstig gedrag’ van de Amerikanen. Het leven is niet ‘compleet anders geworden’ zoals de commentatoren vijf jaar geleden voorspelden. De Amerikanen zijn gedurende enige maanden met grotere aantallen en frequenter naar de kerk gegaan, en in een groot deel van Europa, Nederland voorop, schrijdt de secularisatie verder voort. ‘Het roer moet radicaal om’, zegt de scriba van de PKN, maar ik denk dat zal blijken dat het roer hartstikke vast zit.

Onder de vele boeken die verschenen naar aanleiding van 11 september 2001, is ook een fotoboek van Joel Meyerowitz. Meyerowitz was de enige die foto’s maakte van ‘Ground Zero’. Hij maakte er 8.000 tussen 23 september 2001 en 21 juni 2002. The Observer van 27 augustus jl. wijdde een groot artikel aan het boek Aftermath (september 2006) en drukte een aantal foto’s af. Meyerowitz werkt al jaar en dag als fotograaf, maar alleen in New York. Hij was vele jaren zogezegd de stadsfotograaf, die de taferelen van de menselijke aard en de menselijke komedie, het straatleven en het typisch Amerikaanse en in het bijzonder het New Yorkse toneel vastlegde.

Aanvankelijk fotografeerde hij illegaal, want het gebied was voor iedereen verboden die er niet werkte. Hij zag het als zijn taak een fotografisch verslag te maken van de ‘aftermath’, het naspel, de nasleep: het ontzagwekkende schouwspel van de vernietiging, maar evenzeer de eerbied voor de doden, wier resten onder de puinhopen werden gevonden en niet te vergeten de volharding bij het opruimingswerk. Als fotograaf was hij van mening dat er zonder foto’s geen geschiedenis zou zijn. Wat hij aantrof wilde hij vastleggen voor het nageslacht. De eerste tijd liep hij mee met de werkers en in hun kledij. Na enige tijd kreeg hij toestemming van de autoriteiten om daar zijn werk te doen. Hij voelde toen dat hij werkte ten behoeve van velen.

Toen hij Ground Zero voor het eerst zag, gebeurde er wat met hem; het was één van die ogenblikken die iemands leven veranderen. De twee torens waren ook veranderd. Toen ze neerstortten veranderden zij in een crematorium.

Toen hij begon te fotograferen was er de geweldige puinhoop en dat had toch iets imponerends en monumentaals. Toen hij klaar was met fotograferen was er een groot leeg gat in de grond, ‘which was much less interesting visually’. Na de chaos de bedreigende leegte!

Joel Meyerowitz kwam elke dag iets anders tegen. Op een dag zag hij stukken van een bronzen torso naast een paar banden en een stuk metaal met de kleuren rood, wit en blauw. De groene ledematen behoorden – het is ongelooflijk – bij de sculptuur van Rodins Adam, die deel had uitgemaakt van een collectie die was tentoongesteld in het kantoor van een makelaarsfirma op een van de bovenverdiepingen De banden en het geverfde staal behoorden bij de wielen en een stuk romp van het vliegtuig van American Airlines dat de Noordertoren was binnengevlogen. ‘The first man had found himself in Armageddon, not Eden’ schreef Meyerowitz naast de foto van dit tafereel, die ook bij het artikel in The Observer was geplaatst.

Meyerowitz gebruikt het woord Armageddon. In de afgelopen vijf jaren worden vooral drie woorden gebezigd die een andere dan de oorspronkelijke betekenis hebben gekregen:

‘Ground Zero’, ‘Armageddon’ en ‘Apocalyps’. Ground Zero, letterlijk bodemnulpunt, was de aanduiding voor het op het maaiveld geprojecteerde punt van explosie van een bom. In de Amerikaanse media is men van Ground Zero gaan spreken als de plaats wordt bedoeld waar WTC vroeger stond. De naam Armageddon wordt genoemd in Openbaring 16,16 en heeft te maken met de vernietigende strijd in de eindtijd. Ook het woord ‘Apocalyps’ verwijst naar de eindtijd. Er is naar woorden gezocht om het verbijsterende en bedreigende van 11 september 2001 en de nasleep enigszins aan te geven.

In Aftermath staan 400 foto’s. Een groot deel van de 8000 foto’s heeft Joel Meyerowitz geschonken aan het Museum of the City of New York. In dat museum is op het ogenblik een tentoonstelling van de foto’s. De foto’s die een geschiedenis hebben vastgelegd.

Michael Bource