Ons gevoel en ons verstand

logo-idW-oud

 

ONS GEVOEL EN ONS VERSTAND

In een protestants kerkblad trof ik onlangs een herdenkingsartikel aan dat eindigde met de zinsnede ‘Co is niet meer onder ons, maar ik denk wel dat hij goed is terecht gekomen, want dat kan niet anders met zo’n goeiige man’(cursivering van mij, HB).

Ik heb mij veroorloofd naar de scriba van de wijkgemeente te schrijven met de vraag: ‘Is dat nu het geloofsgetuigenis van een protestantse kerk, afgedrukt in een blaadje dat van de kerk uitgaat?’ In die brief haalde ik een stukje aan van Buskes’ Het eiland, de stad en het koninkrijk, waarin hij een begrafenis van een zeer vrijzinnig man op Texel in de jaren ’20 beschrijft. In die tijd werd elke Texelaar, kerkelijk of niet, door de dienst der kerk begraven. Buskes schrijft: ‘Ik vond het moeilijk. Wilde niets verzwijgen, maar ook niet opzettelijk pijn doen. Ik zweeg over den gestorvene en bracht aan de levenden voluit het evangelie: alleen Jezus Christus overwint de zonde en den dood. Een week later zocht ik de weduwe op. De familie was over de begrafenis zeer tevreden geweest en “het was precies zooals dominé zei, als Piet er niet komt, wie komt er dan wel”. De hemel voor de deugdzamen!’

Ik hoop met dit citaat te hebben weergegeven wat ik in het stukje in dat kerkblaadje niet met het kerkelijk denken over zonde en genade vond stroken. Tot op dit moment heb ik daarop nog geen reactie gekregen.

Een dergelijke zinsnede is, naar mijn mening, tekenend geworden voor de situatie in de protestantse kerken. Zij sluit aan bij een of ander vaag gevoel – en er is niets tegen gevoel als zodanig – maar heeft niets meer van doen met het verstand. Steeds meer vind ik in de kerk, niet alleen bij de gewone mensen maar ook bij de ambtsdragers, predikanten incluis, een gebrek aan kennis van, en verstandig toepassen daarvan op ons geloof. Ik maak mij daar zorgen over. Wat zijn de oorzaken hiervan? Voor een groot deel, denk ik, omdat mensen, zowel in als buiten de kerk, niet meer bereid en in staat zijn iets te kennen of te weten. Nog gisteravond zag ik zo’n miljoen-euro-kwis een vraag die mij door haar onbenulligheid verbijsterde: ‘Van welke provincie is de wapenspreuk Luctor et emergo’? Onnodig te zeggen dat de arme ondervraagde mis raadde. Op school wordt al sinds die befaamde jaren ’60 weinig of niets aan geheugentraining gedaan, en in het voortgezet en hoger onderwijs evenzo. Wat je nodig hebt kun je opzoeken in atlassen, tabellen- of woordenboeken. Als examinator bij de staatsexamens vwo-havo heb ik de wildste staaltjes van onkunde meegemaakt.

En wat zijn de gevolgen? Nu, dat de wereld daarmee onherstelbare problemen ondervindt, is spijtig, maar dat ook in de kerk het gebrek aan kennis zo welig tiert is een ramp. Want wie niet meer weet wat zijn geloofsinhoud is, zal het ook steeds moeilijker krijgen in het gesprek met anderen. Met de wetenschap en het rationalisme. Ik heb niets tegen de evolutieleer als denkprincipe, maar weiger haar te aanvaarden als wereldverklaring. Maar ook tegen de om zich heen grijpende algemene scepsis, het cynisme en de a-moraliteit, heeft een onmondige, slechts ‘gevoelend’ levende gelovige, nauwelijks verweer. Ook religieus gezien loopt deze zware problemen op. Wat te zeggen tegen de transsubstantiatie gelovende katholieke ‘medebroeder’? Wat tegen de vage gelover in reïncarnatie? Hoe een redelijk gesprek aan te gaan met de islamiet en de boeddhist in onze omgeving? Door je eenzijdig te baseren op een gevoel onthoud je jezelf de kracht die van een goed gefundeerd geloof kan uitgaan.

En nu de remedie. Nee, die is er niet zo makkelijk. Ik heb jarenlang in mijn woongemeente de commissie tweede diensten getrokken, die fungeerde als vervanger van een ook al door gebrek aan belangstelling verdwenen commissie vorming en toerusting. Die tweede diensten leiden een kwijnend bestaan, hooguit is er veel volk bij een zangdienst met Johannes-de-Heer-liederen. Is de prediking ’s morgens een moment tot ‘volksopvoeding’? Ach, je probeert wel eens wat, maar mij zijn de ogen opengegaan door een boekbespreking van mijn dispuutgenoot Jan Greven waarin hij de gekelderde positie van de dogmatiek, en daarmee van de zin van geloofskennis, schilderde. Zal de Nieuwe Bijbelvertaling het kerkvolk aan het lezen en denken zetten? Je mag het hopen, maar ik verwacht het niet.

Ik besef dat dit een somber artikel is. Maar het komt voort uit zorg. Wie neemt nog het gebod ernstig om de Heer onze God lief te hebben met al je faculteiten, inclusief het verstand? Wie heeft niet op catechisatie, op huisbezoek of in de kerkenraad ervaren hoe schromelijk het gebrek aan kennis, met name aan bijbelkennis, is? De leerhuizen en kringen, reservaten voor een uitstervend soort gelovigen, buiten beschouwing gelaten.

Als ik iets zou wensen voor de komende PKN, dan is het dat ze in al haar leden wordt doortrokken van een nieuw elan, niet alleen gebaseerd op vage gevoelens, maar ook op heldere conceptie en klare kennis. De Geest is ook een Geest van wijsheid en verstand.

Hans Bouma (onderwijschemicus en theoloog)