bibliografie

logo

VII. DIVERSEN

A

Tenslotte de “cultuurgeschiedenis” van de 18de en het begin van de lgde eeuw, die Barth gegeven heeft in het eerste gedeelte van zijn “Die protestantische Theologie im 19. Jahrhundert, waar o.a. Rousseau, Lessing, Kant, Herder, Novaljs en Hegel aan de orde komen. in dit verband dienen ook zijn studies over Descartes (111, l), Leibniz (11, l), Fichte (111, 2), Marx (111, 2), Schopenhauer (111, l), Nietzsche (111, 2), Heidegger (111, 3), Sartre (III, 2) en Jaspers (11, 2) in de K.D. te worden genoemd.

B

Dan gaf Barth ook verschillende malen bijdragen op meer algemeen cultureel gebied. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is ongetwijfeld zijn beschouwing over Mozart: “Wolfgang Amadeus Mozart 1756/1956“. Dan zijn toespraak “Unsterblichkeit” uit 1957 (Fr. Reinhardt, Basel). Of zijn brochure “Humanismus” (Theol. Studien, 28; 1950); een lezing op een conferentie te Genève en een lezing te Zürich over deze conferentie).

C

Weer een geheel ander onderwerp is Barths verhouding tot Israël. Hierover schreef hij herhaaldelijk in de K.D. (11, 2, 215ff; III, 3, 238ff; IV, 3, 1005ff) en afzonderlijk in “Die Judenfrage und ihre christliche Beantwortung (1949); nu in “Der Götze wackelt”.

D

Men kan Barth tenslotte ook uitstekend leren kennen uit zijn autobiografische geschriften. Hier kan o.a. worden genoemd:

Karl Barth – Eduard Thurneysen, Ein Briefwechsel (aus der Frühzeit der dialektischen Theologie; nu ook Siebenstern Taschenbuch 71);

de verschillende voorreden voor de Römerbrief en de Kirchliche Dogmatik;

de drie autobiografische artikelen in “The Christlan Century” van 1939, 1949 en 1960

How my mind has changed“, die tezamen de periode 1928-1958 omvatten; nu ook in “Der Götze wackelt”;

de brieven, die Barth in gedrukte of gestencilde vorm uitzond om te bedanken voor de felicitaties met zijn verjaardag. Met name Barths humor komt hier zeer duidelijk naar voren.


Naar de samenvatting van Prof. dr A. J. Bronkhorst in: Woord en Dienst, jaargang 18, nr. 2. 25 januari 1969. Bronkhorst maakt gebruik van de indeling zoals Casalis die hanteert in zijn uitgebreide Barth bibliografie.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8